Vlaamse aanwezigheid in Nederlandstalig Onderwijs in Brussel blijft dramatisch dalen.
De Vlaamse meerderheidspartijen in de Vlaamse Gemeenschapscommissie – de facto alle partijen met uitzondering van het Vlaams Belang – slaan ons ieder jaar opnieuw om de oren met succesverhalen uit het Nederlandstalig onderwijs in onze hoofdstad. En inderdaad, het aantal leerlingen in de Vlaamse scholen in Brussel blijft stijgen; ook dit schooljaar weer. In het kleuteronderwijs kwamen er 340 (of 3.7 %) bij, in het lager onderwijs 90 (of 0.7 %), en in het secundair onderwijs 272 (of 2.3 %).
Over de keerzijde van de medaille van dit “succesverhaal” spreken de Brusselse machtspartijen echter liever niet. Het aandeel kinderen uit homogeen Nederlandstalige gezinnen daalt niet enkel procentueel, maar zelfs in absolute cijfers. De stijging van het aantal leerlingen in de Nederlandstalige scholen in Brussel is dus enkel en alleen op het conto van anderstaligen te schrijven; met alle gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs van dien!
De intussen wel gekende PISA-test van de OESO uit 2001 stelt namelijk duidelijk: een schoolklas met een gering percentage leerlingen afkomstig uit immigrantengezinnen levert al een aanzienlijk lagere leerprestatie dan een ‘homogene klas’. Een zeer sterke daling van de kwaliteit laat zich gelden vanaf de aanwezigheid van 20% vreemdelingen in de klas. De grootste verslechtering telt men bij 40% en hoger.
Het voorbije schooljaar 2003-2004 telde het kleuteronderwijs in het Nederlandstalig onderwijs amper 12.1 % kinderen uit homogene Nederlandstalige gezinnen, 20.8 % uit taalgemengde gezinnen, en maar liefst 67.1 % kinderen uit homogeen anderstalige gezinnen. De door de OESO gestelde dramatische grens van 40 % werd dus reeds zeer ruim overschreden. Dit blijkt uit een vraag van Dominiek Lootens – fractievoorzitter van het Vlaams Belang in de VGC – aan Collegelid Guy Vanhengel. Het jaar daarvoor bedroegen deze cijfers respectievelijk 12.6, 20.6 en 66.8 %.
Eenzelfde evolutie wordt ook opgetekend in het lager en secundair onderwijs. In het lager onderwijs kwam het voorbije schooljaar 16.2 % uit een homogeen Nederlandstalig gezin (tegenover 17.9 % in 2002-2003), 25.7 % uit een taalgemengd gezin (24.9 % in 2002-03) en 58.1 % uit een homogeen anderstalig gezin (57.2 % in 2002-03). Voor het secundair onderwijs bedragen de cijfers voor 2003-2004 respectievelijk 41.4 %, 28.1 % en 30.4 %.
De werkelijkheid achter het zogenaamde succesverhaal van de Vlaams-Brusselse meerderheidspartijen is, dat onze scholen overrompeld worden door anderstalige kinderen, en dat Brusselse Vlamingen hun kinderen meer en meer in Vlaams-Brabant laten school lopen om ze te vrijwaren van het dramatische kwaliteitsverlies van het onderwijs in de eigen Brusselse scholen.
In het licht van deze cijfers, die de negatieve tendensen van de voorbije jaren enkel bevestigen, roept het Vlaams Belang de Vlaams-Brusselse meerderheidspartijen op om dringend te bezinnen, en eindelijk werk te maken van een ondubbelzinnig voorrangsbeleid voor Brusselse Vlamingen. Het Vlaams Belang zal tevens ook blijven pleiten voor de organisatie van een volledig jaar intensief taalbad voor anderstalige leerlingen anderzijds; teneinde de kwaliteit van het onderwijs niet in het gedrang te brengen. De Vlaamse leerlingen mogen geen slachtoffer worden (leerachterstand) van de toevloed van anderstaligen in onze scholen.
Stijn Hiers
Fractiesecretaris Vlaams Belang – Brussels Hoofdstedelijk Gewest





Nieuws