Het Vlaams Belang kaart al langer dan vandaag het veiligheidsprobleem aan in de grootsteden. In twee ophefmakende artikels die vorige en deze week verschenen in P-magazine slaakten een aantal politieagenten een niet mis te verstane noodkreet aangaande de problematische veiligheidssituatie in onze hoofdstad. De Brusselse agenten brengen maar liefst negen zogenaamde no-go zones in kaart, waar de ordediensten stilaan de bovenhand verliezen van allochtone jongeren en straatbendes: achtervolgingen worden gehinderd door groepen jongeren, politiecombi’s worden bekogeld, ambulanciers en brandweerlui worden aangevallen, agenten en hun familie worden bedreigd, enzovoort. Gezien de steeds driester wordende situatie luidden de politieagenten de alarmbel: ze schreeuwen om meer personeel, extra middelen, een betere begeleiding, een specifieke opleiding voor expliciete vormen van agressie en vooral een lik-op-stuk-beleid, waarbij criminele jongeren daadwerkelijk strenger worden gestraft.
Gisteren interpelleerde VB-senator Nele Jansegers hierover de minister van Binnenlandse Zaken. In zijn antwoord doet minister Dewael de problemen echter af als ‘geïsoleerde gevallen’ en hij “wil de term ‘no-go-zones’ dan ook niet in de mond nemen”. “Onze politie is in staat om dergelijke problemen adequaat aan te pakken en beschikt daartoe over de gepaste uitrusting”, aldus minister Dewael. Voorts bestaan er volgens de minister voldoende veiligheidsplannen om de straatcriminaliteit tegen te gaan en loopt de samenwerking tussen politie en parket uitstekend. Volgens onze overheid is er dus geen vuiltje aan de lucht.
Senator Jansegers is alvast niet tevreden met de banaliserende verklaringen van de minister. Zij nodigt hem en de verantwoordelijke burgemeesters dan ook uit om eens een wandeling te maken in de bewuste wijken, vergezeld van één of enkele agenten. Benieuwd of de schellen dan van hun ogen zullen vallen en ze geen toontje lager zullen zingen.
Nele Jansegers
Senator Vlaams Belang



Nieuws