Staatsschuld is urban legend

Politiek, actualiteit en maatschappij.

Moderator: Moderatorteam

Staatsschuld is urban legend

Berichtdoor demonen op zo 22 mei 2011, 11:53

Naar aanleiding van de vijfde verjaardag van Netto spraken we met onze minister van geld. Didier Reynders zetelt al 12 jaar als federaal minister van Financiën. “Op het vlak van staatsschuld en fiscaliteit is het in België helemaal niet zo slecht als velen willen geloven.”
(netto) - Het water tussen Didier Reynders en de Franstalige socialisten is altijd diep geweest, maar dat betekent niet dat de liberale minister de socialistisch getinte uitspraken schuwt. “Ik zou prioriteit willen geven aan het optrekken van de belastingvrije sommen tot het bestaansminimum om de koopkracht van de kleinverdieners op te krikken. Het probleem is dat Belgen te snel te veel belastingen betalen”, zegt hij. Reynders aarzelt ook niet om de hogere inkomens in vraag te stellen. “Het kan toch niet dat de grootste verdiener in een bedrijf een salaris krijgt dat 100 keer het salaris is van de minst verdienende. Dat kan niet gerechtvaardigd worden, zelfs niet op basis van een verschil in opleiding, verantwoordelijkheid of ervaring”, zegt Reynders.

Of de sociaal geïnspireerde ideeën van Reynders ook meteen rijp zijn voor een compromis, is een heel andere zaak. “Een ingrijpende fiscale hervorming is in ons land een uiterst moeilijke oefening”, beseft Reynders. Een goed voorbeeld daarvan is het verhakkelde compromis dat 5 jaar geleden uit de bus kwam in de vorm van een meerwaardetaks op obligatiefondsen. “Bij het afsluiten van de raad van ministers spraken Johan Vande Lanotte en Laurette Onkelinx toen over een historische beslissing die het pad zou effenen naar een uitgebreidere meerwaardetaks. Die uitbreiding zou echter catastrofaal zijn omdat we een heel negatieve boodschap aan beleggers zouden geven, en dan vooral de buitenlandse. Het is ook niet omdat de socialisten op hun feestdag met een rode vlag staan zwaaien, dat al hun ideeën realiteit worden”, vervalt Reynders opnieuw in zijn politieke rol. Benieuwd hoe de minister van Financiën aankijkt tegen deze en andere belangrijke geldthema’s die België de komende jaren zullen domineren. Geflankeerd door zijn twee woordvoerders en een van zijn adviseurs trekt Reynders van leer.

De dreiging op een lagere kredietrating voor ons land lijkt even geweken. Blijft het gevaar niet aanwezig dat ons land in het vizier komt van speculanten?
Didier Reynders: “België staat er fundamenteel helemaal niet zo slecht voor. Zowel de economische groei, de werkgelegenheid als de begrotingscijfers zijn vergeleken met andere Europese landen niet slecht. We hebben vandaag 1 jaar voorsprong op ons saneringsprogramma. In België hebben we de gewoonte om aan te nemen dat we excessieve schulden hebben, maar bekijk de trend. In 1993 hadden we een schuld die 137 procent was van ons bruto binnenlands product (bbp). Vandaag is dat ongeveer 96 procent, inclusief de reddingsacties voor de banken. In Duitsland en Frankrijk zaten ze in 1993 aan een schuld van 40 à 45 procent van het bbp, vandaag is dat 85 procent. België doet het dus helemaal niet slecht. Ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) lijkt daarvan overtuigd. België doet het zelfs beter dan het gemiddelde van de eurozone. En toch is die Belgische staatsschuld uitgegroeid tot een ‘urban legend’.”

Volstaan die inspanningen ook voor de toekomst? Terwijl we nog steeds de gevolgen dragen van de financiële crisis, komen grote uitdagingen, zoals de vergrijzing, op ons af.
“Het klopt dat pensioenen en sociale zekerheid steeds zwaarder zullen wegen, maar dat betekent niet dat we onze overheidsschuld moeten dramatiseren. Natuurlijk is er werk aan de winkel. Daarom zeg ik opnieuw: als er niet snel een regering komt, dan moet de lopende regering meer verantwoordelijkheden krijgen om projecten als pensioenen uit te werken.”

Wat moet er veranderen op het vlak van pensioenen?
“In België is het belangrijkste probleem de werkgelegenheid. Om de pensioenen op een duurzame manier te blijven betalen, moeten jongeren sneller aan het werk gezet worden en moeten ouderen de kans krijgen om langer te werken. Het debat over de wettelijke pensioenleeftijd is vandaag in België niet relevant. We moeten beginnen met iedereen in de richting van de huidige wettelijke pensioenleeftijd te krijgen. Ik ben ook geen voorstander van een Scandinavisch model dat meer uitgaat van een individuele benadering. We moeten geen systemen gaan invoeren waarvan de pionierende landen nu de negatieve effecten ondervinden.”

Hoe pakken we het probleem van werkgelegenheid best aan?
“Om de activiteitsgraad te verhogen moeten we naar verschillende zaken kijken. In de eerste plaats de opleiding. Zeker in Brussel is er op het vlak van de technische opleidingen nog veel werk aan de winkel. Een tweede aandachtspunt zijn de loonlasten. We moeten de inkomsten uit arbeid en de vervangingsinkomsten meer op elkaar afstemmen. Het is toch paradoxaal dat je als beginnende werker moet betalen voor kinderopvang, terwijl je als werkloze die kosten niet hebt. Dat creëert een barrière om op zoek te gaan naar werk. Ook voor ouderen is er een drempel. Door de hogere loonlasten raken ze vaak uit het arbeidscircuit. Helemaal absurd vind ik het om 65-plussers te beletten om te werken. Dat zijn mensen die belastingen betalen en bijdragen aan de sociale zekerheid. Het heeft toch geen zin om die uit te sluiten? De realiteit is dat mensen langer zullen leven en jongeren langer zullen studeren. In een volgend generatiepact moeten die zaken allemaal bekeken worden.”

Wat moet er gebeuren met de pensioenpijlers?
“Mijn belangrijkste bekommernis is dat de eerste pijler geherwaardeerd wordt. België is in Europa een van de zwakste landen als het op het wettelijk pensioen aankomt. Daarnaast moeten we de bereikbaarheid van de tweede pijler, de bedrijfspensioenen, vergroten. Dat stuit wel op weerstand van de linkse partijen in Wallonië, maar de realiteit is dat de toelatingsvoorwaarden voor die tweede pijler veel te streng zijn. Verder mag de derde pijler niet vergeten worden. Tot die pijler reken ik ook vastgoed en de aftrekbaarheid van de hypothecaire lening. Het is het totaalpakket dat we moeten bekijken. Iedereen concentreert zich op pensioensparen, maar ik vind een eigendom de belangrijkste voorziening voor uw pensioen. Op dat vlak moet er nog veel veranderen in Brussel. Terwijl 80 procent van de Vlamingen en Walen eigenaar zijn van een woning, is dat in Brussel slechts 50 procent. Vastgoed is dus een belangrijke beleidssleutel in het domein van de pensioenen. We moeten mensen ook fiscaal blijven aanmoedigen om aan langetermijnsparen te doen in de mate van het mogelijke.”

Is de fiscaliteit op het vlak van spaar- en beleggingsproducten in België niet veel te complex?
“Voor de spaarproducten hebben we lang geleden de keuze gemaakt om te gaan voor een stabilisatie van de financiële sector. Men vergeet snel dat we door de fiscale vrijstellingen op spaarboekjes de financiële spelers een matras gegeven hebben die heel belangrijk is. Maar als we kunnen debatteren om de fiscaliteit op de spaarproducten te vereenvoudigen, waarom niet? Als ze me een nieuwe legislatuur van 4 jaar zouden geven, dan zou ik het huidige systeem van bevrijdende roerende voorheffing vervangen door een systeem van belastingvermindering. Men verplicht op die manier de belastingplichtige om alle ontvangen intresten aan te geven. Dat heeft niet alleen het voordeel dat het de fraude kan wegwerken. Het is ook gericht op de meest kwetsbaren onder de bevolking. Zij hebben geen spaargeld en geen huis.”

Moeten we niet naar één roerende voorheffing gaan die het midden houdt tussen alle tarieven die van toepassing zijn?
“Ik heb geen vertrouwen in zo’n voorstel. Het betekent dat men het ene verlaagt en het andere verhoogt. Welnu, als je de politieke wereld in België kent, of toch zeker een deel ervan, dan vrees ik dat het vooral een verhoging zal zijn, en slechts in beperkte mate een verlaging. Met Patrick Dewael hebben we in het kader van fiscale autonomie de opcentiemen ingevoerd. Ik stel vast dat die na al die jaren nooit verlaagd werden in Vlaanderen. We hebben de jobkorting op federaal niveau ingevoerd. Daarna is Vlaanderen ook begonnen met een jobkorting, maar die is er nu afgeschaft. Sta me dus toe om sceptisch te zijn over het idee van een uniforme roerende voorheffing.”

Waarom hebben nog veel Belgen spaargeld in het buitenland?
“Vergeleken met andere landen is onze fiscaliteit niet zo slecht. En toch hebben Belgen nog veel geld in het buitenland. Dat heeft in de eerste plaats te maken met zwart geld, geld dat ze aan het oog van de fiscus willen onttrekken. Dat toont nog eens aan hoe belangrijk het is om de loonlasten te herbekijken. Ook de successierechten doen mensen naar het buitenland vluchten. Ik betreur dat die rechten nog altijd zo hoog zijn. Als we die zaken kunnen aanpakken, dan zal er veel sneller geld uit het buitenland terugvloeien. Op dat vlak ben ik geen voorstander van een nieuwe fiscale amnestie, maar wel van een wijziging van de regularisatiewet (zie in De Tijd vandaag).”

Tax-on-Web, de belastingaangifte via internet, is uitgegroeid tot een succes. Creëert de toegenomen automatisatering ruimte om meer mensen in te zetten op controles?
“Tax-on-Web heeft enkele voordelen gecreëerd. Niet alleen is er de mogelijkheid om een sneller en directer contact te hebben met de belastingplichtige, ook is de verwerking van de aangiftes een stuk gemakkelijker geworden. Verder stelt het ons in staat om onze administratie te heroriënteren naar andere taken dan de manuele verwerking van de gegevens. Dat laatste is echter niet simpel. Iemand die goed was in het encoderen van de gegevens, is nog niet automatisch goed in de controle. We hebben het voorbije jaar veel jongeren aangeworven die meer georiënteerd zijn op de controle, maar dat proces vraagt tijd.”

Betekent de automatisering ook dat het aantal geschillen gevoelig is teruggevallen?
“Daarover zijn er nog geen cijfers. Onze eerste doelstelling is om zoveel mogelijk mensen ervan gebruik te laten maken. Pas als dat bereikt is, concentreren we ons op de statistische verwerking. De statistieken die we vanaf nu zullen bijhouden, zullen alleen gebaseerd zijn op de elektronische aangiftes omdat ze sinds kort in de meerderheid zijn.”

Enkele jaren geleden werd de woonbonus ingevoerd. Zijn er intussen nieuwe ingrijpende maatregelen nodig om de personenbelasting meer op de maatschappelijke evoluties af te stemmen?
“We hebben de voorbije jaren werk gemaakt van de decumul waarbij de inkomstenbelasting voor gehuwden en wettelijk samenwonenden volledig afzonderlijk per partner berekend wordt. Ook de discriminatie tussen man en vrouw werd aangepakt. Het volgende waar we ons op moeten concentreren, is de problematiek van de gewijzigde gezinssamenstelling. Nu houdt de personenbelasting geen rekening met een wijziging in de gezinssituatie. De realiteit is dat een scheiding belangrijke gevolgen heeft, en zeker op de eigen woning en de hypothecaire lening. Verder is de maatschappij veel multicultureler geworden. Neem nu bijvoorbeeld het islamitisch bankieren, waarbij het verboden is om intresten uit te keren. Een belangrijke vraag is hoe je die mensen voordeel kan laten halen uit bepaalde intrestvriendelijke producten.”

Een ander debat dat gevoerd wordt, is de noodzaak aan financiële opvoeding. Hoever zijn de gesprekken hierover gevorderd?
“Er is zeker een consensus over het feit dat die financiële opvoeding versterkt moet worden. De volgende stap is dat er een platform moet komen voor de 3 betrokken partijen: universiteit en scholen, de controleautoriteiten en de financiële spelers. Dit debat loopt parallel met enkele initiatieven die de controleautoriteiten ondertussen hebben aangekondigd, zoals bepaalde complexe financiële producten uit de winkelrekken halen.”

De autofiscaliteit zal de volgende jaren wellicht grondig wijzigen. Wat is uw visie hierop?
“Op federaal niveau zijn er een aantal zaken die moeten gebeuren. Een eerste prioriteit moet erin bestaan om het wagenpark te verschonen. Dat moet gebeuren door wagens toe te voegen die minder verbruiken en die minder CO2 uitstoten. Verder is er ook het debat over de kilometerheffing. Ik vind die heffing geen slechte formule. Kijk naar de staat van het wegdek en vergelijk het bijvoorbeeld met Frankrijk. Dan is het in België verschrikkelijk. Een systeem van tolwegen stelt u niet alleen in staat om het verbruik per kilometer aan te rekenen, het opent ook mogelijkheden voor concessie en dus de uitbesteding van het onderhoud van de wegen. Feit is dat transport een steeds belangrijker deel van ons budget zal worden.”
demonen
PI Pro
PI Pro
 
Berichten: 4639
Geregistreerd: vr 1 feb 2002, 02:00
Woonplaats: het Oosten

Keer terug naar Politiek en actualiteit

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast