Nu 7000 uitzendkrachten moeten opstappen, willen Meryame Kitir en Peter Vanvelthoven hun wetsvoorstel over de opzegtermijnen van uitzendkrachten snel bespreken in het parlement.
"Er staat een economische crisis voor de deur. Elke dag sneuvelen er jobs. Vooral de mensen in de interimsector krijgen het moeilijk", benadrukt Vanvelthoven. "In deze onzekere tijden kijkt de regering passief toe, terwijl elke werknemer recht heeft op een degelijke sociale bescherming."
Begin dit jaar hebben Meryame Kitir en Peter Vanvelthoven in de Kamer een wetsvoorstel ingediend dat een aantal uitwassen in het interimgebeuren wil wegwerken. Volgens het wetsvoorstel tellen de periodes die iemand als uitzendkracht heeft gewerkt bij een onderneming, in de berekening van de opzeggingstermijn mee net zoals bij vaste contracten.
In ruimere zin regelt het voorstel de gelijkstelling voor alle wettelijke of contractuele voordelen waarvoor de anciënniteit bij de werkgever belangrijk is. Het wetsvoorstel voorziet ook dat wie geruime tijd (60 dagen over een periode van 13 weken) als interimmer tewerkgesteld is bij éénzelfde onderneming, automatisch geacht wordt een arbeidsovereenkomst te hebben met die onderneming.
"In tijden van crisis zijn interimmers en werknemers met een tijdelijk contract steeds de eersten die in het vizier komen", zegt Meryame Kitir. "Deze wetgeving is dus dringend nodig."


Nieuws