"De belastingbetaler moet nu alleen al voor de financieringskosten van de kapitaalinjectie in Fortis 211 miljoen euro betalen. Dat is meer dan de regering heeft uitgetrokken voor het welvaarstvast maken van de pensioenen en sociale uitkeringen. En als het met Fortis verkeerd afloopt dan is ook de 4,7 miljard euro helemaal voor de belastingbetaler. Dat is echt een schande. We hebben geen debat nodig over een betere controle van het privé-bankwezen. Dat moet natuurlijk gebeuren. Maar dat is veel te oppervlakkig. We hebben in de eerste plaats een maatschappelijk debat nodig over de oprichting van een betrouwbare publieke bank.", aldus PVDA-voorzitter Peter Mertens.
De linkse PVDA stelde maandag voor om opnieuw een publieke bank op te richten. "Het is duidelijk dat de grote privé-bankiers niet te vertrouwen zijn. Als liberalen, sociaaldemocraten en christendemocraten in de jaren 1990 het politiek lef hadden om de ASLK en het Gemeentekrediet te privatiseren, moet vandaag maar de politieke moed gevonden worden om de tegengestelde beweging te maken. De huidige inbreng van de regering in Fortis is een nationalisatie van de verliezen in plaats van een onteigening van de bank. Het is echt tijd voor doortastende maatregelen. Wij willen een echt betrouwbare publieke bank, met strenge criteria en een volledig transparant beleid", zo zegt Mertens in een interview met Solidair.
Vertrekpremies gebruiken om het garantiefonds te spekken
Mertens: "Waarom zou de overheid moeten opdraaien om ook nog eens de gouden parachutes van de verantwoordelijken te betalen? Het is toch ongehoord dat het fonds nu slechts over 765 miljoen beschikt, terwijl de verantwoordelijken voor het bankbeleid gezamenlijke opstappremies zouden krijgen van bijna 15 miljoen euro."
In het plan dat de linkse PVDA maandag voorstelde, werd daarom geëist dat de vertrekpremies van Herman Verwilst (5 miljoen), Gilbert Mittler (onbekend), Jean-Paul Votron (3,9 miljoen) en Axel Miller (3 miljoen) integraal naar het garantiefonds zouden gaan.


Nieuws