"Er bestaan geen regels over hoe de zendtijd ingevuld moet worden. Elke partij is daar vrij in.", liet mediaminister Geert Bourgeois (N-VA) gisteren weten naar aanleiding van de uw-minuut-spot.
Minister Bourgeois had moeten zeggen "bijna elke partij is daar vrij in". Want hoewel bij verkiezingen politieke partijen in principe gelijk aan de startmeet zouden moeten kunnen verschijnen, is het systeem in ons land er vooral op gericht de bestaande situatie te bevestigen. Een partij als de PVDA, die in alle provincies, in alle grote steden, en voor zowat alle provincieraden opkomt krijgt immers geen zendtijd. Reden, de PVDA is "niet vertegenwoordigd in het Vlaams Parlement". Zo is de cirkel rond.
"Er zijn richtlijnen nodig over politieke zendtijd" stelt Carl Decaluwé (CD&V). Daar zijn we het roerend over eens. In deze communicatie-wereld zou de vrijheid van media-woord niet mogen afhangen van een één-minuut-stunt. De één-minuut-stunt van de SP.a is sympathiek, dat wel. Maar wij vragen om de spotjes-democratie gewoon consequent door te trekken. Net zoals in onze buurlanden. In Nederland hebben alle partijen, groot of klein, recht op zes spotjes van drie minuten. In Frankrijk hebben alle presidentskandidaten recht op even veel spreekrecht en kunnen ze allen aan enkele tv-debatten deelnemen.
Met de 2,6% die de PVDA volgens de peilingen in Antwerpen haalt, is de PVDA in een stad als Antwerpen even groot als de N-VA, en groter dan Spirit en VLOTT. Als communistische kandidaten zoals Peter Mertens, Mie Branders of Dirk Van Duppen evenveel aandacht zouden krijgen als een Bart De Wever, Geert Lambert of Hugo Coveliers, zou dat zonder twijfel stemmen én zetels weghalen bij het extreem-rechtse Belang. Daar valt over na te denken. Niet?
namens de PVDA,
Peter Mertens, woordvoerder


Nieuws