Als ik probeer, met het oog op de verkiezingen van 13 juni, een 'stand van zaken' te maken is het erg moeilijk om niet cynisch te worden: ik kijk naar een land dat gevangen zit in politieke inertie, een freeze frame van besluiteloosheid en navelstaarderij met politici als insectjes gevangen in het web van de politique politicienne.
Al twintig jaar lang hoor ik de opeenvolgende ministers van Justitie afwisselend verontwaardigd en moedeloos verklaren dat het toch niet kán dat een procedurefout gelijkstaat aan automatische invrijheidstelling. Ondertussen faalt de staat almaar flagranter in wat ontegensprekelijk een van zijn basistaken wordt verondersteld te zijn: het beschermen van zijn burgers. Of het nu gaat om Albanese mensensmokkelaars, Belgische witteboordcriminelen, West-Vlaamse cannabistelers, Marokkaanse handtasdieven, Afrikaanse jongerenbendes of dronken doodrijders: het wandelt vrolijk door de draaideuren van justitie weer buiten. Straffen onder de drie jaar (onder de drie jaar!) worden in de praktijk niet meer uitgevoerd. Met het fameuze 'onveiligheidsgevoel' mag het dan misschien nog meevallen, 'straffeloosheid' is niet langer een gevoel - het is in (té) veel gevallen een feit, en ondergraaft een van de basisprincipes van de rechtsstaat.
Al twintig jaar lang hoor ik het trieste defilé van ministers van Mobiliteit verklaren hoe ze denken de verkeersknoop te gaan ontwarren. Ondertussen staan we elke ochtend stil in steeds langer wordende files, blijft het openbaar vervoer ondanks miljardeninjecties sputteren, en liggen onze wegen erbij als gruyèrekaas. Ook hier is de besluiteloosheid en het gebrek aan politieke daadkracht stuitend. 'In Sjanghai leggen ze twee Lange Wappers per maand', constateerde de Vlaamse minister-president, Kris Peeters (CD&V), verrast. Maar daar vragen ze natuurlijk niet eerst de mening van elke hond met een hoed op.
Zwarte Zondag
Al twintig jaar lang - letterlijk, want de eerste Zwarte Zondag dateert van 24 november 1991 - wordt gediscussieerd over een menselijk en maatschappelijk-economisch haalbaar asiel- en migratiebeleid, waarbij de angst en afkeer van het Vlaams Belang né Vlaams Blok, hoe begrijpelijk ook, een slechte raadgever blijkt te zijn geweest. De boodschapper is verward met de boodschap. In zijn ijver om zich zo nadrukkelijk mogelijk af te zetten van het botte discours van VB is links zo ver de andere kant uitgehold dat het waarlijk absurd werd. Intellectuelen die de boerka verdedigen omdat elke vrouw de (religieuze) vrijheid moet hebben om zich te kleden zoals ze wil. De gelijkheid tussen man en vrouw, de met bloed bevochten scheiding tussen kerk en staat: het moest allemaal wijken voor een ontroerende omarming van de islam, want lag échte breeddenkendheid niet in het aanvaarden van de geïnstitutionaliseerde bekrompenheid van de ander?
En al langer dan twintig jaar is er communautair gestook en gezeik, met BHV als symbooldossier (een lelijke en denigrerende term vind ik dat, want voor Vlamingen die er wonen is het natuurlijk helemaal niet symbolisch) en spreekwoordelijke topje van de communautaire ijsberg.
Er zijn, naast de staatsstructuur die ons bindt (of toch tot nu toe heeft gebonden), verder weinig raakpunten tussen Vlaanderen en het zuiden van het land. De structuur België is verzand in een duur en ondoorzichtig kluwen van regeringen en deelregeringen die tot een bestuurlijke stilstand hebben geleid. Beste - ridicuulste - voorbeeld is Brussel. Op wereldvlak hooguit een provinciegat, maar beschikkend over een heuse Brusselse regering met een minister-president (een minister-president!), een burgemeester, een horde schepenen, een provinciebestuur én ook nog eens 19 gemeenten, kleine baronieën met een eigen politiekorps. New York heeft 8,3 miljoen inwoners en wordt - efficiënt en slagkrachtig - gerund door een burgemeester. Eén burgemeester.
De onder communautaire tegenstellingen en de vele daaruit voortvloeiende compromissen kreunende staatsstructuur werkt niet meer: het verstandshuwelijk België is onleefbaar, de partners zijn op elkaar uitgekeken.
Ik sta erbij en ik kijk er naar. Ik zie gedreven, intelligente mensen in álle partijen, en dat méén ik, maar ik kan ze met de beste wil van de wereld mijn stem niet (meer) geven. Want stel dat België een NV is, en we moeten de bestuurders van de NV beoordelen op hun resultaten, nuchter en rationeel, los van ideologie, dan is het rapport van hun beleid een pijnlijke onvoldoende. Er is geen enkel bedrijf dat met dit rapport zou wegkomen. Echt niet.
Moet je dan weer dezelfde spelers op het veld zetten die er al twintig jaar een potje van maken? Ik dacht het niet.
Wat dan wel? Niet gaan stemmen, zoals Stijn Meuris, wiens woede ik begrijp en deel. Maar wat heb je aan een signaal dat uiteindelijk niet wordt opgevangen, gladgestreken wordt door het kiessysteem?
Ik zal dus na eliminatie van de mogelijkheden een beschaafd signaal geven door te stemmen op een partij die nog niet al te bezoedeld is door de macht, die blijk geeft van een zekere rechtlijnigheid, die niet krampachtig vasthoudt aan het Belgische model, waarvan je kan hopen dat ze het desastreuze immobilisme doorbreekt, en waarvan ik het met het minst aantal programmapunten oneens ben - de N-VA, voilà, het taboe doorbroken. En als dat weinig enthousiast klinkt, dan is dat omdat ik ook weinig enthousiast ben.
Overigens wens ik zelfs mijn ergste vijand op 13 juni geen verkiezingsoverwinning toe: het zal een vergiftigd geschenk zijn dat in de geschiedenis zijn meerdere maar vindt in het Paard van Troje.
Jan Verheyen is filmregisseur.
Deze tekst werd gepubliceerd met uitdrukkelijke toestemming van de auteur.













Nieuws