Een derde vrouwen in de regering? Meer vrouwen in raden van bestuur? Allemaal goed en wel, schrijft Kristl Strubbe , maar zonder kinderopvang zal het niet lukken.
Vrouw zijn is niet gemakkelijk, zeggen ze. Vrouw zijn en werken is zelfs moeilijk. Vrouw zijn, werken en kinderen hebben is ronduit ploeteren. Gelukkig is er één keer per jaar zoiets als Vrouwendag (vorige zaterdag) om ons daaraan te herinneren. Niet dat ik op die dag achter in de tuin een vuurtje stook met mijn beha's. Noch ga ik met een hamer mijn glazen plafond te lijf.
Ik ploeter gewoon door de vroege ochtend. Net zoals gisteren en zoals morgen, trek ik de kinderen propere kleren aan, voed ze cornflakes en papfles, zorg dat ze hun tanden poetsen en de prut uit hun ogen wassen, stop koek en fruit in hun boekentas, zorg ik dat ik er zelf min of meer presentabel uitzie, zet ze elk aan school en crèche af... En voel de tijd pas weer langzamer tikken als ik dan in mijn auto plof. Alsof je twee uur lang je adem hebt ingehouden en nu eindelijk boven water mag komen. Nu alleen nog maar werken. Goddank bestaat er zoiets als kinderopvang. Helaas veel te weinig en op termijn dreigt dat - als we ons beleid niet grondig herbekijken - nog minder te worden.
Ter gelegenheid van die befaamde Vrouwendag wil Miet Smet (CD&V) een derde vrouwen in de regering en wil Kathleen Van Brempt (SP.A) meer vrouwen in raden van bestuur. Cijfers en getuigenissen in de kranten maken mij nochtans één ding duidelijk: dat er vooral werk gemaakt moet worden van kinderopvang. Volgens de federale overheidsdienst Economie gaan 160.000 vrouwen deeltijds werken om voor de kinderen te zorgen. Nog veel meer vrouwen gaan daarom zelfs helemaal niet werken. Amper 8.000 mannen doen hen dat na. Dáár gaapt de kloof.
Vrouwendag zou een gelegenheid kunnen zijn een volgende stap te zetten in de emancipatie van de vrouw, door te focussen op wat voor onze generatie vrouwen het verschil maakt: voldoende, betrouwbare en betaalbare kinderopvang. Zo kunnen we ruimte maken in ons hoofd en in ons leven, om te werken, om belastingen te betalen, om ons te ontwikkelen, om aan politiek te doen. En net daar wordt emancipatie heel concreet. Want de grootste groep thuisblijvende vrouwen is getrouwd met mannen die in het laagste kwart van de inkomens zitten. Goedkope (lees: gesubsidieerde) kinderdagverblijven zitten vol en hebben lange wachtlijsten, zelfstandige kinderdagverblijven zijn voor hen vaak te duur. En dus vallen net zij tussen wal en schip.
Het antwoord van Vlaams minister Steven Vanackere doet mij het ergste vrezen: gewoon acht miljoen euro belastinggeld stoppen in 1.600 extra plaatsen. In Gent en Antwerpen maken schepenen van kinderopvang plannen voor nieuwe stadscrèches, ook al betaald met belastinggeld. Ze doen dat zonder het systeem van gesubsidieerde kinderopvang in vraag te stellen: met belastinggeld kinderdagverblijven bouwen, subsidie geven voor de lonen van de kinderverzorgsters en nog eens een royaal bedrag per kind toestoppen. Dat is geen structurele oplossing en prijst elk privé-initiatief uit de markt.
De zelfstandige kinderdagverblijven moeten opboksen tegen het pak subsidies dat de prijzen kunstmatig laag houdt. Nochtans maken zelfstandige kinderdagverblijven maar liefst de helft van de markt uit. Hoe meer belastinggeld er in de sector wordt gepompt, hoe meer zelfstandige kinderdagverblijven verzuipen, hoe meer plaatsen er verdwijnen, hoe meer belastinggeld er nodig is. Dit is het begin van een neerwaartse spiraal.
In Nederland heeft de regering op tijd aan de noodrem getrokken. Met de 'wet Kinderopvang' is er in 2005 een einde gekomen aan het subsidiëren van kinderdagverblijven. Voortaan speelt bij onze buren alleen de markt. Die bal is aan het rollen gegaan met de oprichting van een Waarborgfonds voor Kinderopvang enkele jaren voordien. Dat Fonds stelt zich bij banken garant voor ondernemers die een lening willen om een kinderdagverblijf te bouwen of uit te breiden. Ze worden met raad en daad bijgestaan door een Kenniscentrum. Het wantrouwen dat eerst bij de banken heerste is omgeslagen in enthousiasme en nu worden er zelfs kortingen gegeven. Het aantal kinderopvangplaatsen is er in tien jaar tijd verdubbeld. Door de werking van de markt zijn de prijzen niet gestegen en getuigen de inspectierapporten van kwaliteit, vernieuwende infrastructuur en pedagogische aanpak.
De dagprijzen worden voor een derde betaald door de overheid, voor een derde door de ouders en voor een derde door de werkgevers. Bij kansarme ouders past de overheid wat bij zodat het ook voor hen loont om te gaan werken. Maar de spil is de kinderopvangondernemer en de markt bepaalt de prijs.
In Vlaanderen zijn al die nieuwe stadscrèches op korte termijn dan wel een doekje voor het bloeden, maar op lange termijn schiet de sector zich in de voet. Een waarborgfonds kan die neerwaartse spiraal stoppen. Een systeem van opvangcheques kan kansarme ouders helpen om de dagprijs te betalen. Zo komt ons belastinggeld zonder omwegen en uitsluitend terecht bij wie dit het hardst nodig heeft.
Een voorzichtig begin is gemaakt. Zo heeft Mechelen bij het opmaken van de begroting voor 2008 beslist om zo'n waarborgfonds in het leven te roepen. In de gemeenteraden van Gent en Antwerpen hebben Open VLD-ers Sami Souguir en Annick De Ridder dat ook voorgesteld. Laat zo'n Vrouwendag geen klaagmuur zijn voor ploetermoeders maar een aanzet om het verschil te maken.
Kristl Strubbe is Schepen van Financiën in Mechelen (Open VLD)





Nieuws