De Vlaamse overheid investeerde de laatste jaren al een aanzienlijk bedrag in het wegwerken van de wachtlijsten van de centra voor geestelijk gezondheidszorg. Vlaams Open Vld-parlementslid Peter Gysbrechts: “De algemene toestand is alvast minder schrijnend dan in het verleden, maar toch blijven er zwarte plekken. Zo moeten jongeren en kinderen nog vaak te lang wachten op professionele bijstand. In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag beloofde minister Vandeurzen dat hij meer aandacht zou geven aan het verhogen van het aanbod aan jongeren en kinderen. Het is tijd om die mooie woorden hard te maken.”
“In de Centra Geestelijke Gezondheidszorg bestaat een onderscheid tussen de behandeling van kinderen en volwassenen. De kloof in wachttijden, alvorens men een eerste face-to-face-gesprek, heeft is zeer groot. Waar een volwassene gemiddeld 26 dagen moet wachten op zo’n eerste contact, is dat voor een kind, volgens de minister, 47 dagen. Maar wie in het CGG in De Kempen kijkt, ziet de gemiddelde wachttijd voor kinderen stijgen tot 115 dagen. Slechts 75 % van de kinderen krijgt een eerste gesprek binnen de 150 dagen. Dit is absoluut onaanvaardbaar.”
De Vlaamse overheid zat niet stil. De kinderteams werden in 2006 versterkt met 12 voltijdse medewerkers. In 2008 is er 500.000 euro vrijgemaakt voor ondersteuning vanuit de CGG naar de voorzieningen van Bijzondere Jeugdzorg. In 2009 hebben de CGG een uitbreiding ontvangen van 896.536,80 euro. “Er werd al veel geïnvesteerd in de regio Kempen, maar de nood blijft daar ook het hoogst. Er is vooral een tekort aan mankracht, met name aan kinderpsychiaters. Door het tekort bestaat er vaak een opbod tussen verschillende hulpverleningsdiensten betreffende het loon. Wie veel betaalt voor een kinderpsychiater, heeft uiteraard minder werkingsmiddelen voor de andere dienstverlening. Kinderen worden zo vaak het slachtoffer van een biedingsoorlog voor kinderpsychiaters.” zegt Peter Gysbrechts.
Ook met de opvolging loopt het vaak fout. Peter Gysbrechts: “Na vijf sessies komt men vaak op een wachtlijst terecht voor het effectief starten van een behandeling. Veel patiënten voelen zich hier aan hun lot vergelaten. Omdat de nood soms hoog is, schakelt men over naar een eigen psychiater. Daar betaalt men al gauw tot 60 euro voor een sessie. Veel patiënten kunnen dit niet betalen. De CGG’s doen hier wat ze kunnen in tijden van nood, maar het water staat hen aan de lippen. Preventie en outreachend werken zijn vandaag moeilijk en haast onmogelijk. Nochtans zou dit de wachtlijsten sterk kunnen beïnvloeden.”
Communautair probleem
Er zit ook een communautair kant aan dit dossier. De sector vraagt een Vlaams beleidsplan voor de GGZ. De teneur van het verhaal is de vaststelling dat elke ontwikkeling en vernieuwing in de GGZ in België sinds meerdere jaren stilligt wegens communautaire onenigheid omtrent de bevoegdheidsverdeling gezondheidszorg. Alle federale middelen voor GGZ zitten vast geklonken in de psychiatrische ziekenhuizen en federale riziv-overeenkomsten. De gemeenschappen moeten het doen met de middelen van een middelgroot ziekenhuis om daarmee de ambulante GGZ te financieren.


Nieuws