De huur van een kot moet mee verrekend worden bij de toekenning van een studietoelage. Dat vraagt Vlaams parlementslid Marino Keulen. Een kot huren betekent vaak een grote hap uit het budget. Voor gezinnen die net geen aanspraak kunnen maken op een studietoelage is het vaak een belangrijke financiële drempel.
Concreet stelt Marino Keulen voor het huurbedrag van een kot als aftrekpost te voorzien in de berekening die de Vlaamse overheid maakt om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor een studietoelage. Dat zou enkel kunnen op voorlegging van een geldig huurcontract. Eventueel kan de aftrek begrensd worden tot de gemiddelde prijs van een kot in de stad waar de student studeert.
Vooral kinderen van tweeverdieners komen dikwijls net niet in aanmerking voor een studietoelage. De inbreng van een (gemiddelde) kotprijs verhoogt voor veel studenten de kans op een beurs. Het krijgen van een studiebeurs kan een financiële drempel wegnemen bij de ouders en een extra stimulans zijn om meer studenten aan te zetten de stap te zetten naar het hoger onderwijs en de universiteit.
Hogere studies worden langzaam een elitezaak
Een studie van de VDAB toont aan dat studeren in het hoger onderwijs meer kans op werk biedt maar tegelijkertijd blijkt dat studeren in het hoger onderwijs langzaamaan een elitezaak wordt; de studiekosten van een kotstudent bedragen jaarlijks tussen de 10.000 en de 12.000 euro. Een student die thuis woont, komt er iets goedkoper vanaf: tussen de 6.000 en 7.000 euro. Naast studiegebonden uitgaven zoals handboeken en studiemateriaal wordt hierbij ook kledij, voeding en zelfs ontspanning in rekening gebracht.
Studentenkoten zijn duur, een beurs kan het verschil maken!
Studentenkoten zijn duur. De gemiddelde huur van een kot bedraagt voor een huurcontract van tien maanden in Gent 2350 euro en in Hasselt 2700 euro. Leuven en Antwerpen zitten daar tussenin met een huur van 2500 euro.
Veel goedkoper zijn de studentenkoten in homes of peda’s van de universiteiten als studenten een studiebeurs hebben. Die universitaire peda’s geven de voorrang aan beursstudenten en vervolgens komen net niet-beursstudenten in aanmerking. Maar die laatste groep betaalt dan wel een hogere huurprijs. Alleen wanneer er dan nog plekken vrij zijn, komen eventueel ook niet-beursstudenten in aanmerking.
Beursstudenten betalen ook aanzienlijk minder inschrijvingsgeld: 80 euro. Bijna-beursstudenten betalen 376 euro en niet-beursstudenten 564 euro. Een studiebeurs kan dus wel degelijk het verschil maken om de stap naar het hoger of universitair onderwijs te zetten.
Om Vlaams onderwijsminister Smet aan te zetten dit voorstel grondig te bekijken, dient Marino Keulen in het Vlaams Parlement een resolutie in.


Nieuws