Moderator: Moderatorteam

Avelivloms schreef:Wat denken jullie ervan ? Moet de maximumstraf verdubbeld worden ? Moet de voorwaardelijke invrijheidstelling verstrengd worden ? Vrij na 2/3 bijvoorbeeld ? Moeten misdaden tegen deze personen altijd voor het hof van assisen komen ?
Jullie mening !

Avelivloms schreef:Wat denken jullie ervan ? Moet de maximumstraf verdubbeld worden ? Moet de voorwaardelijke invrijheidstelling verstrengd worden ? Vrij na 2/3 bijvoorbeeld ? Moeten misdaden tegen deze personen altijd voor het hof van assisen komen ?
Jullie mening !



WETSVOORSTEL
waarbij in het strafrecht verzwarende omstandigheden worden ingevoerd, met betrekking tot misdaden en wanbedrijven gepleegd tegen personen ouder dan vijfenzestig jaar, kinderen jonger dan tien jaar en kennelijk zwangere vrouwen
(ingediend door )
TOELICHTING
DAMES EN HEREN,
Wanneer misdaden of wanbedrijven worden gepleegd tegenover personen ouder dan vijfenzestig jaar, kinderen jonger dan tien jaar of vrouwen die kennelijk zwanger zijn, eist de bescherming die de maatschappij aan deze categorieën van bijzonder kwetsbare personen verschuldigd is dat de bestraffing van de daders in verhouding staat tot de ernst van de gepleegde misdrijven. Er wordt voorgesteld de straffen in deze gevallen te verdubbelen. Levenslange opsluiting wordt vervangen door levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating. Om dit doel te bereiken wordt er een nieuw artikel 85bis in het Strafwetboek voorgesteld.
Er wordt eveneens voorgesteld de plegers van deze misdrijven, voor wat betreft de voorwaardelijke invrijheidstelling, de voorlopige invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering (uitlevering) gelijk te stellen met de recidivisten. Zij zullen twee derden van hun straf moeten ondergaan of, indien zij tot levenslang werden veroordeeld, tweeënveertig jaar opsluiting. Wijzigingen van de artikelen 25 en 26 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten worden daarom voorgesteld.
Het kan gebeuren dat iemand voor de rechter moet verschijnen, beticht wordt van een misdrijf tegen een door dit wetsvoorstel beschermd persoon en van een ander misdrijf. In dat geval zal de rechter een afzonderlijke straf moeten uitspreken voor het misdrijf gepleegd tegenover een beschermd persoon (wijziging van artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek). Dat is nodig om de minimumduur van de te ondergane straf te berekenen met het oog op de voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling.
Een schuldige wordt bijvoorbeeld veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor een misdrijf tegen een beschermd persoon en tot drie jaar voor een ander misdrijf. In dat geval zal de berekening van de minimumduur voor beide soorten veroordelingen afzonderlijk gemaakt worden (nieuwe artikelen 25bis en 26bis van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten). De veroordeelde zal in aanmerking komen voor de voorwaardelijke invrijheidstelling, wanneer hij: 1° twee derden van de straf van drie jaar wegens het misdrijf tegen een beschermd persoon, of twee jaar ondergaan heeft; én 2° een derde van de andere straf, of een jaar ondergaan heeft. De veroordeelde zal bijgevolg in aanmerking komen voor de voorwaardelijke invrijheidstelling na drie jaar.
Er wordt eveneens voorgesteld te bepalen dat doodslag, gepleegd op een vrouw die kennelijk zwanger is, strafbaar zal zijn met levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating. Er wordt daarom een nieuw artikel 395bis in het Strafwetboek voorgesteld.
In de voorgestelde wet moeten geen overgangsbepalingen opgenomen worden. De voorgestelde wet verhoogt de straffen gesteld op de misdrijven gepleegd tegen bejaarden ouder dan vijfenzestig jaar, tegen kinderen jonger dan tien jaar en tegen kennelijk zwangere vrouwen; zij zal dus geen terugwerkende kracht hebben. De verhoging van de minimumtermijn van de straf die men zal moeten ondergaan hebben om in aanmerking te komen voor bijvoorbeeld de voorwaardelijke invrijheidstelling zal alleen gelden voor de misdrijven die na de inwerkingtreding van de voorgestelde wet zullen zijn gepleegd.
Voor de voor die inwerkingtreding gepleegde misdrijven, misdaden en wanbedrijven, kan de rechter immers niet vaststellen dat zij gepleegd waren tegenover een beschermde persoon.
Er moet volledigheidshalve vermeld worden dat er niets wordt gewijzigd aan de minimumstraffen toepasselijk op de misdrijven gepleegd tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was op het tijdstip van het misdrijf.
Er wordt ook niets gewijzigd aan de regeling betreffende de verzachtende omstandigheden.
Het wetsvoorstel stelt alleen maximumstraffen vast, die nog verminderd kunnen worden bij toepassing van verzachtende omstandigheden. Opsluiting van zestig jaar zal vervangen kunnen worden door opsluiting van veertig jaar, niettegenstaande de bepaling van artikel 80 van het Strafwetboek.
Levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating wordt, wanneer er verzachtende omstandigheden zijn, vervangen door levenslange opsluiting of door opsluiting van ten hoogste zestig jaar, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Art. 2
Wanneer verschillende misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, gelijktijdig worden voorgelegd aan een zelfde feitenrechter, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken. Aldus bepaalt artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek. De voorgestelde wet bepaalt echter dat er voor misdaden of wanbedrijven gepleegd tegenover de door dit wetsvoorstel beschermde personen altijd een afzonderlijke straf wordt uitgesproken. Deze afzonderlijke straf is nodig om de artikelen 25 en 26 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten naar behoren te kunnen toepassen (voorwaardelijke invrijheidstelling en voorlopige invrijheidstelling).
Art. 3
In boek I van het Strafwetboek wordt een hoofdstuk IXbis ingevoegd. Het betreft de verzwarende omstandigheden.
Art. 4
In een nieuw artikel 85bis van het Strafwetboek worden drie verzwarende omstandigheden ingevoerd. Het betreft vooreerst de misdaden en wanbedrijven gepleegd tegen bejaarden, en met name op of ten nadele van personen die ouder zijn dan vijfenzestig jaar. De strafverzwaring geldt niet voor die misdrijven waarvoor de wet reeds in het bijzonder een strafverhoging voorziet omwille van de hoge leeftijd van het slachtoffer. Dat blijkt uit de tekst van het voorgestelde artikel 85bis, eerste lid, van het Strafwetboek: « Buiten het geval dat de wet de straffen wegens misdaden of wanbedrijven gepleegd tegenover personen ouder dan vijfenzestig jaar in het bijzonder regelt ... ».
De tweede verzwarende omstandigheid is het feit dat de misdaad of het wanbedrijf gepleegd wordt tegen een kind jonger dan tien jaar. De strafverzwaring geldt niet voor die misdrijven waarvoor de wet reeds in het bijzonder een strafverhoging voorziet omwille van de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Dat blijkt uit de tekst van het voorgestelde artikel 85bis, tweede lid, van het Strafwetboek: «Hetzelfde geldt ... »
Het plegen van een misdaad of een wanbedrijf op of ten nadele van een vrouw die kennelijk zwanger is, is de derde verzwarende omstandigheid. De strafverzwaring geldt niet voor die misdrijven waarvoor de wet reeds in het bijzonder een strafverhoging voorziet omwille van de zwangere toestand van het slachtoffer. Dat blijkt eveneens uit de tekst van het voorgestelde artikel 85bis, tweede lid, van het Strafwetboek: «Hetzelfde geldt ... »
De verzwarende omstandigheid zal alleen van toepassing zijn, volgens de gewone interpretatieregels van het strafrecht, wanneer de misdaad of het wanbedrijf wetens en willens gepleegd wordt tegenover de beschermde personen. Dat zal het geval zijn wanneer een misdrijf wetens en willens gepleegd wordt tegen bijvoorbeeld een vrouw die kennelijk zwanger is, onverschillig of het gaat om slagen en verwondingen of om een diefstal. De verzwarende omstandigheid zal echter niet van toepassing zijn indien het bijvoorbeeld onopzettelijke slagen en verwondingen betreft, omdat dan het vereiste opzet ontbreekt.
De straffen bepaald in de strafwet worden verdubbeld. Gewone diefstal ten nadele van een persoon die ouder is dan vijfenzestig jaar zal dus kunnen gestraft worden met een gevangenisstraf van tien jaar. Doodslag op een persoon ouder dan vijfenzestig jaar zal gestraft kunnen worden met opsluiting van zestig jaar.
Doodslag op een kennelijk zwangere vrouw zal gestraft worden, krachtens een uitdrukkelijke bepaling, met levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating.
De door het voorgestelde artikel gestelde straffen worden, indien er verzachtende omstandigheden zijn, vervangen door een lichtere straf, die echter nooit lager mag zijn dan de straf die bepaald is door artikel 80 van het Strafwetboek. Deze bepaling is een correctie op artikel 80 van het Strafwetboek. Levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating wordt vervangen door levenslange opsluiting of door opsluiting van ten hoogste zestig jaar, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar.
De schuldigen kunnen volgens de voorgestelde tekst in ieder geval veroordeeld worden tot de ontzetting van de burgerlijke en politieke rechten (opgesomd in artikel 31, eerste lid, van het Strafwetboek).
Art. 5
Doodslag gepleegd op de persoon van een vrouw die kennelijk zwanger is maakt in feite een meervoudige doodslag uit. Het is bovendien een uiterst laffe daad. Het vierde artikel van het wetsvoorstel bestraft deze doodslag met levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating.
Art. 6
Plegers van misdaden of wanbedrijven tegen door dit wetsvoorstel beschermde personen die tot een tijdelijke vrijheidsstraf werden veroordeeld, komen slechts in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling of voorlopige invrijheidstelling nadat zij twee derden van hun vrijheidsstraf hebben ondergaan. Daartoe wordt artikel 25, § 2, b), van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten aangepast.
Art. 7
Plegers van misdaden tegen door dit wetsvoorstel beschermde personen die tot een levenslange vrijheidsstraf werden veroordeeld, komen slechts in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling na tweeënveertig jaar. Daartoe wordt artikel 25, § 2, van dezelfde wet aangepast en aangevuld met een littera d ).
Art. 8
In de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt een artikel 25bis opgenomen, om te bepalen dat, wanneer een persoon werd veroordeeld voor een misdrijf tegen een beschermd persoon en voor een ander misdrijf, de toelaatbaarheid van de voorlopige invrijheidstelling beoordeeld wordt door beide veroordelingen afzonderlijk in acht te nemen, zoals in de algemene toelichting reeds werd gezegd.
Art. 9
Plegers van misdaden of wanbedrijven tegenover door dit wetsvoorstel beschermde personen die tot een tijdelijke vrijheidsstraf werden veroordeeld, komen slechts in aanmerking voor voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering indien zij twee derden van hun vrijheidsstraf hebben ondergaan. Daartoe wordt artikel 26, § 2, b), van dezelfde wet aangepast.
Art. 10
Plegers van misdaden tegenover door dit wetsvoorstel beschermde personen die tot een levenslange vrijheidsstraf werden veroordeeld, komen slechts in aanmerking voor voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering na tweeënveertig jaar van hun straf te hebben ondergaan. Daartoe wordt artikel 26, § 2, dezelfde wet aangepast door de toevoeging van een littera d).
Art. 11
In de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt een artikel 26bis opgenomen, om te bepalen dat, wanneer een persoon werd veroordeeld voor een misdrijf tegen een beschermd persoon en voor een ander misdrijf, de toelaatbaarheid van de voorlopige invrijheidstelling beoordeeld wordt door beide veroordelingen afzonderlijk in acht te nemen, zoals in de algemene toelichting reeds werd gezegd. Het voorgestelde artikel 26bis verwijst naar het voorgestelde artikel 25bis.
Art. 12
In de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt bepaald dat de bepalingen van deze wet geen afbreuk doen aan de bepalingen die een levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating voorzien. Wie veroordeeld is tot levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating sterft in de gevangenis.
Art. 13
Misdaden tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was op het tijdstip van de misdaad, kunnen niet worden gecorrectionaliseerd.
Het hof van assisen zal altijd van deze misdaden moeten kennis nemen. De volksjury wordt bijgevolg de natuurlijke beschermer van bejaarden, jonge kinderen en zwangere vrouwen.
WETSVOORSTEL
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, wordt aangevuld met de volgende volzin: « De rechter spreekt echter altijd een afzonderlijke straf uit voor de misdaden of de wanbedrijven gepleegd tegen personen ouder dan vijfenzestig jaar, tegen kinderen jonger dan tien jaar en tegen kennelijk zwangere vrouwen. »
Art. 3
In boek I van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk IXbis ingevoegd, luidend:
«Hoofdstuk IXbis. - Verzwarende omstandigheden.»
Art. 4
In boek I, hoofdstuk IXbis van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 85bis ingevoegd, luidend:
« Art. 85bis. - Buiten het geval dat de wet de straffen wegens misdaden of wanbedrijven gepleegd tegenover personen ouder dan vijfenzestig jaar in het bijzonder regelt, worden degenen die zich schuldig maken aan misdaden of wanbedrijven tegenover personen ouder dan vijfenzestig jaar, veroordeeld tot de op deze misdaden of op deze wanbedrijven gestelde straffen, waarvan het maximum wordt verdubbeld. Is de op de misdaad gestelde straf levenslange opsluiting, dan wordt zij vervangen door levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating.
Hetzelfde geldt voor misdaden of wanbedrijven gepleegd tegenover kinderen jonger dan tien jaar en voor deze gepleegd tegenover vrouwen die kennelijk zwanger zijn.
De door dit artikel gestelde straffen worden, indien er verzachtende omstandigheden zijn, vervangen door een lichtere straf, die echter nooit lager mag zijn dan de straf die bepaald is door artikel 80. Levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating wordt vervangen door levenslange opsluiting of door opsluiting van ten hoogste zestig jaar, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar.
In de gevallen bepaald in dit artikel kunnen de schuldigen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in artikel 31, eerste lid. »
Art. 5
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 395bis ingevoegd, luidend:
« Art. 395bis. - Doodslag op een vrouw die kennelijk zwanger is wordt gestraft met levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating. »
Art. 6
In artikel 25, § 2, b), van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten worden na de woorden « zich in staat van herhaling bevond » de woorden « of dat hij de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegenover een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegenover een vrouw die kennelijk zwanger was » ingevoegd.
Art. 7
In artikel 25, § 2, van dezelfde wet wordt een d ) ingevoegd, luidend als volgt:
« d ) hetzij, in geval van een veroordeling tot een levenslange vrijheidsstraf, indien in het vonnis of in het arrest van veroordeling is vastgesteld dat de veroordeelde de misdaad heeft gepleegd tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was, tweeënveertig jaar. »
Art. 8
In dezelfde wet wordt een artikel 25bis ingevoegd, luidend:
« Art. 25bis. - Wanneer een veroordeelde bij hetzelfde vonnis werd veroordeeld wegens een misdrijf gepleegd tegen personen ouder dan vijfenzestig jaar, tegen kinderen jonger dan tien jaar of tegen kennelijk zwangere vrouwen en wegens een ander misdrijf, wordt het gedeelte van hun vrijheidsstraf dat zij moeten ondergaan hebben berekend door met ieder van die soorten misdrijven afzonderlijk rekening te houden. »
Art. 9
In artikel 26, § 2, b), van dezelfde wet worden na de woorden « zich in staat van herhaling bevond » de woorden « of dat hij de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was » ingevoegd.
Art. 10
In artikel 26, § 2, van dezelfde wet wordt een d ) ingevoegd, luidend als volgt:
« d ) hetzij, in geval van een veroordeling tot een levenslange vrijheidsstraf, indien in het vonnis of in het arrest van veroordeling is vastgesteld dat de veroordeelde de misdaad heeft gepleegd tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was, tweeënveertig jaar. »
Art. 11
In dezelfde wet wordt een artikel 26bis ingevoegd, luidend:
« Art. 26bis. – De bepaling van artikel 25bis is van overeenkomstige toepassing. »
Art. 12
In dezelfde wet wordt een titel XIIter ingevoegd, die een artikel 98/2 omvat, die luiden als volgt:
« Titel XIIter. – Wetsbepalingen die voorzien in levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating.
Art. 98/2. De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de bepalingen die levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating voorzien. »
Art. 13
Artikel 7 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden wordt vervangen als volgt:
« Art. 7. Deze wet, artikel 1 uitgezonderd, is niet van toepassing op misdaden gepleegd tegen een persoon die ouder was dan vijfenzestig jaar, jonger was dan tien jaar of tegen een vrouw die kennelijk zwanger was op het tijdstip van de misdaad. »




Avelivloms schreef:Kim De Gelder bijvoorbeeld zal, wanneer hij toerekeningsvatbaar wordt verklaard, door het hof van assisen kunnen veroordeeld worden tot levenslange opsluiting, met kans op vervroegde vrijlating na tien jaar. Joker, denk jij niet dat de jury de kans zou moeten hebben om hem te veroordelen tot "echt" levenslang ? Tot levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating ? Wat denk je joker ?



Avelivloms schreef:Worseling, moet de Wet Le Jeune ook afgeschaft worden voor primaire delinquenten ? Voor recidivisten, daar kan ik nog inkomen, maar voor een primaire delinquent ?!

Worseling schreef: Laat me nu even terug komen op uw voorstel en er een vraag bij stellen, waarom mogen de nabestaanden van een 9 jarig kind wel de zekerheid hebben dat de moordenaar van hun kind effectief levenslang krijgt maar moeten de nabestaanden van een 11 jarig kind voortdurend in onzekerheid leven omdat de moordenaar van hun kind weleens vervroegd zou kunnen vrijkomen dankzij de wet Lejeune?

Avelivloms schreef:Kim De Gelder bijvoorbeeld zal, wanneer hij toerekeningsvatbaar wordt verklaard, door het hof van assisen kunnen veroordeeld worden tot levenslange opsluiting, met kans op vervroegde vrijlating na tien jaar. Joker, denk jij niet dat de jury de kans zou moeten hebben om hem te veroordelen tot "echt" levenslang ? Tot levenslange opsluiting zonder kans op vervroegde vrijlating ? Wat denk je joker ?


Avelivloms schreef:joker, gij zijt een bietekwiet. Verzwarende omstandiugheden zijn omstandigheden die de WET aanmerkt om de straffen te verhogen. Dat heeft dus geen ballen met de rechter te maken.
Bietekwiet!


Keer terug naar Politiek en actualiteit
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast