Moderator: Moderatorteam


Reconquistador schreef:
Zolang men de realiteit van Brussel als bloeiende metropool - met alle "radiaties" vandien - niet erkent en blijft geloven dat Brussel dezelfde grenzen kan behouden als toen het nog maar half zoveel mensen telde, voert men een symbolenstrijd die elk goed bestuur in de weg staat.
](http://www.politicsinfo.be/images/smilies/eusa_wall.gif)

Blauwvoet schreef:Misschien moeten we van heel Vlaanderen een Brussels hoofdstedelijk gewest maken.![]()


Misschien moeten we van heel Vlaanderen een Brussels hoofdstedelijk gewest maken.


joker schreef:Eerst de wet afwachten en lezen,is wel aangewezen vooraleer te weten of men ze juridisch kan aanvechten.



Zogenaamd 'muggeziften'joker schreef:Avelivloms is weer aan het muggeziften. Het woord heeft geen belang. Het gast om de betekenis.

Avelivloms schreef:In dit verband gaat het hem precies om het woord !
Het gebruik van de woorden “hoofdstedelijke gemeenschap”, door de bestreden wet, wekt de indruk dat de inwoners van Rotselaar, bijvoorbeeld, behoren tot een beleidsniveau dat kan worden beschouwd als een administratieve onderverdeling die hen, voor de toepassing van het volkenrechtelijke beginsel “uti possidetis juris ita possideatis”, bij Brussel doet behoren.
Dat is de diepere reden waarom het woord “gemeenschap” in de bestreden wet als ongrondwettelijk moet worden beschouwd.

Tensloote volstaat het dan om een andere naam te kiezen en het ding blijft gewoon bestaan.

III. Het enige middel
4. Verzoeker voert aan dat het woord “gemeenschap”, dat in het opschrift en in artikel 2 van de bestreden wet voorkomt, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. Deze artikelen van de Grondwet moeten gelezen worden in samenhang met artikel 2 van de Grondwet en met het volkenrechtelijk rechtsbeginsel “uti possidetis juris ita possideatis”.
5. De bestreden wet roept een “hoofdstedelijke gemeenschap” in het leven. Het gebruik van het woord “gemeenschap” is ongrondwettelijk. In de mate dat de bestreden wet het woord “gemeenschap” gebruikt is zij strijdig met artikel 2 van de Grondwet, dat bepaalt: “België omvat drie gemeenschappen : de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.” De bestreden wet schept dus een vierde “gemeenschap” buiten de gemeenschappen die door de Grondwet zijn ingesteld.
De bestreden wet verplicht de inwoners van de oude provincie Brabant om te leven in een “gemeenschap” die niet bij de Grondwet is ingesteld. De inwoners van de oude provincie Brabant worden dus gediscrimineerd ten opzichte van de inwoners van de rest van België, die uitsluitend ressorteren onder bij of krachtens de Grondwet opgerichte beleidsniveaus.
De bij of krachtens de Grondwet opgerichte beleidsniveaus zijn de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de arrondissementen, de gemeenten en de politiezones, waaronder de meergemeentenpolitiezones.
De gemeenschappen zijn ingesteld door artikel 2 van de Grondwet;
De gewesten door artikel 3 van de Grondwet;
De provincies inzonderheid door de artikelen 5 en 162 van de Grondwet;
De arrondissementen zijn ingesteld krachtens artikel 6 van de Grondwet;
De gemeenten door o.a. artikel 162 van de Grondwet;
De politiezones, met inbegrip van de meergemeentenpolitiezones, werden opgericht krachtens artikel 184 van de Grondwet.
De “hoofdstedelijke gemeenschap” vindt geen steun in de Grondwet. De oprichting van deze “gemeenschap” is dus strijdig met de artikelen 2, 10 en 11 van de Grondwet. Op grond van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet moet het woord “gemeenschap” dus telkens vernietigd worden in de bestreden wet.
De naam “hoofdstedelijke gemeenschap” wekt de indruk dat men te maken heeft met een heuse nieuwe bestuurlijke en territoriale entiteit, naast de gemeenten, de provincies en de gewesten. Dat is flagrant ongrondwettelijk.
6. Het gebruik van de woorden “hoofdstedelijke gemeenschap”, door de bestreden wet, wekt de indruk dat de inwoners van Rotselaar, bijvoorbeeld, behoren tot een beleidsniveau dat kan worden beschouwd als een administratieve onderverdeling die hen, voor de toepassing van het volkenrechtelijke beginsel “uti possidetis juris ita possideatis”, bij Brussel doet behoren. De naam “hoofdstedelijke gemeenschap” is een quasi-constitutionele benaming, die aan gewicht wint doordat ze opgenomen wordt in de quasi-constitutionele bijzondere wet tot hervorming der instellingen.
Dat is de diepere reden waarom het woord “gemeenschap” in de bestreden wet als ongrondwettelijk moet worden beschouwd.
7. Het woord “gemeenschap” moet bijgevolg vernietigd worden in de bestreden wet. Het zal aan de wetgever zijn om een nieuwe met de Grondwet verenigbare benaming te zoeken. Dat zou – bijvoorbeeld – “hoofdstedelijk overlegplatform” kunnen zijn. Op die naam zou vanuit constitutioneel oogpunt niets aan te merken zijn.
8. Desnoods zou de nieuwe instelling ook zonder bij wet vastgestelde naam kunnen bestaan. Daarvan bestaan voorbeelden. De commissie opgericht door artikel 28, § 4, van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis heeft geen bij wet vastgestelde naam. Men ziet niet in waarom hetzelfde niet het geval zou kunnen zijn voor het overlegorgaan opgericht door de bestreden wet.


joker schreef:Voorbarig en waarschijnlijk ook ongegrond aangezien het niet om een gemeenschap zal gaan zoals bedoeld in de grondwet.Het gaat om de inhoud.





Asterixxx schreef:Wallobrusselse hoofdstelelijke gemeenschap.
Is dat binnenkort de naam!?
en daarna l'arrondissement formerly known as francobelgique...

Keer terug naar Politiek en actualiteit
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten