Hoe kan een jongere zich helemaal anders ontwikkelen dan je verwacht had? Door het drama in Dendermonde is deze vraag akelig actueel. Peter Adriaenssens tracht een antwoord te formuleren.
Na Hans Van Themsche is Kim De Gelder de tweede doder in korte tijd die het publiek leert kennen als iemand zonder criminele voorgeschiedenis die vreselijk uithaalt naar mensen die totaal onbekend voor hem zijn. Hoe kan je als ouders je kinderen beschermen, als het gevaar onzichtbaar rondloopt? Het is te begrijpen dat de eerste reflex van iedereen is meer bewaking te willen. Dat wordt nog erger als de enige uitleg aan het publiek is dat het om iets uitzonderlijks gaat, een fatum dat je niet kan voorzien. Dat is een stuk van de waarheid, maar intussen weten we wel wat meer over jonge doders. We moeten ons inspannen deze kennis door te geven aan ouders.
In de publieke opinie overheerst nog de idee dat geestesziekten altijd duidelijk zijn, dat psychotische mensen op straat luidkeels tegen zichzelf of de straatstenen praten. Dat is niet het geval. Van Hans en Kim was niets bijzonders gekend vooraf. Verwarrend voor het publiek is dat psychiaters menen gekte te zien bij mensen die normaal voorkomen. Hoe kan je dan weten of er een onveilige man aan de deur van de crèche staat? Moordenaars kunnen gewoon naar hun werk gaan, sporten, een vriend aanspreken en toch psychotisch zijn. In die gevallen gaat het om iemand die op heel wat momenten oké is, en op sommige momenten of omstandigheden niet. Ze kunnen hallucinaties hebben of wanen. Net omdat het niet heel de tijd aanwezig is, kan het zo goed verborgen zitten dat de omgeving alleen vindt dat 'hij een beetje raar is'. Daardoor ontsnappen ze aan behandeling, nemen ze geen medicatie die had kunnen voorkomen wat nu gebeurd is.
Hans Van Themsche confronteerde het publiek ook met een andere vooroordeel: als je zulke dingen doet, kom je uit een gestoord gezin. Die idee helpt ons een beetje het sadisme van de daad een plaats te geven. Ook over Kim De Gelder leeft die hypothese: om zoveel haat te dragen, om als een kille doder door een kinderkribbe te trekken, moet hij ernstig mishandeld geweest zijn. Dat zou kunnen, het bestaat, we spreken dan van getraumatiseerde doders. Maar bij Hans Van Themsche was dat niet aan de orde. Hij was opgevoed in een behoorlijk normaal gezin, zonder geweld. Dat zou bij Kim ook het geval zijn. Moet je als ouder dan vrezen dat de tijdsgeest van je zoon nog een massamoordenaar kan maken na een gewone opvoeding?
Hoe kan een jongere helemaal anders ontwikkelen dan je verwacht had? Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat het gaat om een psychopaat. Hij heeft als aanleg een aantal afwijkende persoonlijkheidskenmerken zoals kilte, narcisme, zich niet inleven in anderen, woede niet kunnen beheersen en desondanks erg aardig kunnen voorkomen. Niet bij allen, maar wel bij de moordenaars komt sadisme er bovenop.
De tweede mogelijkheid komt het vaakste voor: van hen die groepen leerlingen neerschoten in de VS weten we dat ze meestal ernstige psychotische stoornissen hadden zoals schizofrenie. Mensen denken gemakkelijk dat psychiatrische patiënten agressiever zijn, maar dat is in het algemeen genomen niet zo. Toch komen bij schizofrene mannen die doden vier risicofactoren tezamen.
De eerste is dat ze man zijn. Agressie komt bij hen veel vaker voor dan bij vrouwelijke schizofrenen.
Tweede is verslaving aan alcohol of drugs. Dat verhoogt het risico, maar bij schizofrene moordenaars werd vaak geen gebruik vastgesteld op het moment van de feiten.
Het derde probleem is dat gevaar toeneemt als ze hun medicatie niet nemen, of als hun symptomen eigenlijk niet herkend en dus niet behandeld werden.
Het vierde risico is de adolescentie. Schizofrenie wordt meestal vastgesteld bij twintigers. Zij kunnen de verwachtingen van het leven van een jongvolwassene niet aan. Naast de moeilijkheden eigen aan de leeftijd ervaren ze hallucinaties, wanen, kunnen niet gewoon sociaal meeleven. Zelfmoordgedachten zijn dan ook zeer frequent. Het gevaar neemt toe als ze uit de familie vallen door hun bizar gedrag, als hun ouders afstand nemen. Vrienden zijn er meestal niet. Ze voelen zich 'niemand', de moordenaars zoeken een sterk 'iemand' waarmee ze zich identificeren. Dat gaat van een bestaande crimineel tot een filmfiguur. Dat risico neemt nog toe als ze vroeger zelf slachtoffer waren van kindermishandeling, of als er in het gezin wapens voorkwamen. Ze handelen als 'ik tegen de wereld', mensen zijn vijanden en de vijand dood je zonder medeleven. De moordaanslag maakt hen net rustiger en dus wandelt hij op zijn gemak buiten en fietst een eindje naar huis of naar het volgende doel.
Voor ouders met een kind met een psychiatrische diagnose moeten het opnieuw bange dagen zijn, zeker als het woord psychose valt. Maar de meerderheid van deze jongeren zal nooit een moordenaar worden.
Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat het de mix is die het gevaar doet ontbranden, het gaat niet enkel om psychose, ook niet enkel om een psychopaat. Uit de kennis die groeit over moordende jongeren leren we dat we moeten open staan voor de vraag of de drama's met Hans Van Themsche en Kim De Gelder een aanwijzing zijn dat er meer jongeren met ernstige psychiatrische problemen rondlopen zonder dat ze herkend zijn en behandeld worden. En of jongeren met deze stoornissen wel intensief genoeg opgevolgd kunnen worden, gezien de vele tekorten in het aanbod. Daar zit een kans op preventie door het beleid en het publiek. Betere kennis bij ouders van ziektebeelden en een grotere openheid voor mensen met een psychiatrische ziekte is in elk geval een element dat kan bijdragen tot voorkomen van dergelijke drama's.
Peter Adriaenssens is kinderpsychiater (KU Leuven)





Nieuws