door the Piano op zo 17 feb 2002, 13:32
lekkerding: " Iedereen mag z'n eigen mening uiten maar als iemand eens de waarheid durft te zeggen dan zou hij/zij verwijderd worden. En is dit dan vrije mening?"
Niet echt nee. De wet op het racisme staat beperking van de vrije meningsuiting toe, daar waar het discriminatie en racisme betreft (ook revisionisme en negationisme).
Hieronder volgt een toelichting van Koen Cooreman omtrent de beperking van de vrije meningsuiting.
De antiracismewet en de vrijheid van meningsuiting
Artikel 19 van de Belgische Grondwet waarborgt de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten.
Krachtens artikel 25, eerste lid, GW is de drukpers vrij en kan de censuur of het voorafgaand toezicht van de overheid op een geschrift nooit worden ingevoerd. Het verbod op preventieve maatregelen wordt door de antiracismewet nageleefd, daar deze wet repressieve maatregelen bevat ter bestraffing van misdrijven die bij de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting worden gepleegd.
Krachtens artikel 10 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) zijn beperkingen op de vrijheid van meningsuiting mogelijk voor zover zij bij de “wet” zijn voorzien en in een democratische samenleving “nodig” zijn tot bescherming van bepaalde rechtsgoederen, zoals de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de openbare orde, de gezondheid, de goede zeden, en de rechten en vrijheden van anderen.
De noodzaak om in een democratische samenleving racisme en xenofobie te bestrijden, blijkt uit de internationale verdragen terzake, zoals het VN-Ver-drag van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en artikel 20 van het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en uit de herhaaldelijke veroordelingen van deze fenomenen door zowel de Europese Commissie als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Europese Commissie stelde reeds herhaaldelijk dat uitingen van rassenhaat en xenofobie een reëel gevaar inhouden voor de aantasting van de rechten en vrijheden van anderen en op grond van artikel 17 EVRM (het verbod van misbruik van grondrechten) buiten de bescherming van het EVRM vallen (ECRM, 11 oktober 1979, Glimmerveen en Hagenbeek t. Nederland, nr. 8348/78, D&R, 18, p. 187). De antiracismewet heeft in de eerste plaats tot doel om, zoals artikel 10, tweede lid EVRM het noemt, “de rechten en vrijheden van anderen” te beschermen.
Het louter uiten van bepaalde opinies die een racistische inslag hebben en getuigen van een misprijzen of minachting voor vreemdelingen is op zichzelf niet strafbaar. Zo sprak de Brusselse Correctionele Rechtbank de vertegenwoordigers van een vereniging vrij die een tijdschrift uitgaf waarin de migranten in België als een gevaar voor de veiligheid, de rust en de welvaart werden voorgesteld. Het is echter anders gesteld met de weloverwogen publieke beledigingen van een persoon of groep wegens bijvoorbeeld zijn of hun ras, die niet alleen bedoeld zijn om de betrokkene te treffen maar ook om het publiek tot afkeer te inspireren. Een bijzondere opzet, met name de uitdrukkelijke bedoeling om derden ertoe te brengen daden, ingegeven door racisme of xenofobie te stellen, wordt vereist. De belediging moet een aanzet vormen tot haat. (De wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. Rechtspraak, Brussel, 1999, pp. 9 - 18)