Moderator: Moderatorteam



joker schreef:Cassatie is niet gebonden door een vroege
r arrest dus het inroepen zou weinig gebaat hebben.


Thomas O'Malley schreef:Heb je eigenlijk al wat meer onderzoek gedaan naar die zaak Aveli, na de vraag van Bleuke op de meeting?


Verzoeker klaagt erover dat artikel 6 § 1 van de Conventie werd geschonden door het Hof van Cassatie. Verzoeker klaagt er in het bijzonder over dat het Hof van Cassatie een ommekeer in haar rechtspraak niet heeft verantwoord en/of verduidelijkt. Verzoeker zal verwijzen naar het arrest van het Hof in de zaak Atanasovski c. the former Yugoslav Republic of Macedonia.
Verzoeker zal het Hof over deze niet-gemotiveerde ommekeer in de rechtspraak wellicht nog een aanvullende memorie laten toekomen.
1. Schending van artikel 6 § 1 van de Conventie door het cassatiearrest van 19 september 2011
Verzoeker klaagt erover dat artikel 6 § 1 van de Conventie werd geschonden doordat het arrest van het Hof van Cassatie van 19 september 2011 ("het cassatiearrest") niet voldoende gemotiveerd is.
Ook de arresten van het Hof van Cassatie moeten gemotiveerd zijn, zij het dat deze motivering niet gedetailleerd dient te zijn en geen antwoord dient te bevatten op ieder argument (zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof in de zaak Fourchon c. Frankrijk, arrest van 28 juni 2005, §§ 22-23).
Verzoeker is evenwel van mening dat het cassatiearrest niet naar de eis van artikel 6 § 1 van de Conventie is gemotiveerd.
De finaliteit van de motivering van rechterlijke uitspraken, dus ook van de arresten van het Hof van Cassatie, werd door het Hof onder andere omschreven in het arrest in de zaak Taxquet c. België: "La motivation a également pour finalité de démontrer aux parties qu'elles ont été entendues et, ainsi, de contribuer à une meilleure acceptation de la décision. En outre, elle oblige le juge à fonder son raisonnement sur des arguments objectifs et préserve les droits de la défense. "(Grote Kamer, 16 november 2010, zaak Taxquet c. België, § 91).
2. Bestreden overwegingen van het Hof van Cassatie
Verzoeker beklaagt zich over het volgende onderdeel van het cassatiearrest:
"Tweede onderdeel
3. Artikel 577-2, § 3, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de mede-eigenaar deel heeft in de rechten en bijdraagt in de lasten van eigendom naar verhouding van zijn aandeel.
Artikel 577-2, § 5, eerste lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de mede-eigenaar recht heeft op het gebruik en het genot van de gemeenschappelijke zaak, overeenkomstig haar bestemming en in zover zulks met het recht van zijn deelgenoten verenigbaar is.
4. Hieruit volgt dat in beginsel de deelgenoot die alleen het onverdeeld goed heeft gebruikt en het exclusief genot ervan heeft gehad, een vergoeding verschuldigd is aan de andere deelgenoten in verhouding tot hun aandeel in de opbrengstwaarde van dit goed.
5. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat zelfs als de eiser alleen het genot en het gebruik van de mede-eigendom heeft, aan de verweerder niet het genot van de mede-eigendom kan worden toegekend onder de vorm van een vergoeding als de eiser geen schuld heeft aan de omstandigheid dat de verweerder zijn recht op genot en gebruik niet in natura heeft uitgeoefend, faalt naar recht."
3. Kritiek
a. Een beginsel wordt aangenomen op grond van een wetsartikel dat het beginsel niet verwoordt en zonder nadere uitleg
Uit artikel 577-2, §§ 3 en 5, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek ("de geciteerde wetsbepalingen") volgt, zo stelt het Hof van Cassatie, dat in beginsel de deelgenoot die alleen het onverdeeld goed heeft gebruikt en het exclusief genot ervan heeft gehad, een vergoeding verschuldigd is aan de andere deelgenoten in verhouding tot hun aandeel in de opbrengstwaarde van dit goed.
De geciteerde wetsbepalingen bepalen evenwel niets over een vergoeding.
De vraag is dan hoe men de verplichting tot het betalen van een vergoeding kan afleiden uit de geciteerde wetsbepalingen. Het Hof van Cassatie zegt daar niets over.
Waarom volgt dat beginsel uit die geciteerde wetsbepalingen ? Vloeit dat voort uit de parlementaire voorbereiding van de geciteerde wetsbepalingen ? Vloeit het voort uit het ene of andere rechtsbeginsel ? Vloeit het voort uit de leer van de verrijking zonder oorzaak ? Of is het een zuivere subjectieve rechtsschepping van het Hof van Cassatie, zonder aanwijsbare gronden ?
Het Hof van Cassatie motiveert de grondslag van het beginsel niet. Zelfs niet op beknopte wijze. Verzoeker kan uit het cassatiearrest dus niet opmaken dat de cassatierechters hun oordeel gevormd hebben op grond van objectieve argumenten. De schijn van een willekeurige beslissing ontstaat. "Not only must Justice be done; it must also be seen to be done."
Er is geen "openheid" (openness) in het cassatiearrest; verzoeker kan er niet uit opmaken waarom het Hof van Cassatie in die zin heeft beslist.
b. De gesuggereerde uitzonderingen op het beginsel worden niet vermeld
Uit de geciteerde passus uit het cassatiearrest blijkt ook nog om een andere reden een gebrek aan motivering. Het Hof van Cassatie gebruikt de woorden "in beginsel". Daaruit blijkt dat het een principe betreft waarop uitzonderingen mogelijk zijn. Het Hof van Cassatie zegt evenwel niet welke die uitzonderingen zijn. Verzoeker kan bijgevolg zijn toekomstig gedrag niet op het cassatiearrest afstemmen.
Geldt het beginsel niet wanneer de deelgenoot van de gemeenschappelijke zaak bijvoorbeeld slechts de helft effectief gebruikt ?
Geldt het beginsel alleen niet wanneer de overeenkomst waaruit de mede-eigendom voortvloeit niet anders bepaald heeft ? Of geldt het beginsel niet wanneer de deelgenoot gebruik maakt van de gemeenschappelijke zaak in de mate dat zulks met het recht van zijn deelgenoten verenigbaar is ? Bij deze laatste vraag merkt verzoeker op dat een degelijke interpretatie volledig zou overeenstemmen met de termen van artikel 577-2, § 5, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Men kan uit het cassatiearrest niet afleiden welke de uitzonderingen zijn op het beginsel. De motivering van het cassatiearrest is dus duister. En een duistere motivering moet gelijkgesteld worden met de afwezigheid van motivering.
Door de uitzonderingen op het geponeerde beginsel niet aan te geven, en door niet aan te geven dat deze uitzonderingen in het gegeven geval niet van toepassing zijn, "dekt" de motivering het getrokken besluit niet.
c. De foutloze "aansprakelijkheid" van de deelgenoot die het gemeenschappelijk goed gebruikt wordt niet gemotiveerd
Het cassatiearrest stelt in randnummer 5: " 5. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat zelfs als de eiser alleen het genot en het gebruik van de mede-eigendom heeft, aan de verweerder niet het genot van de mede-eigendom kan worden toegekend onder de vorm van een vergoeding als de eiser geen schuld heeft aan de omstandigheid dat de verweerder zijn recht op genot en gebruik niet in natura heeft uitgeoefend, faalt naar recht."
Weeral geeft het Hof van Cassatie de rechtsgrond van deze "regel" niet aan. Het blijft bij een gewone bewering.
Verzoeker kan dus niet uitmaken of deze beslissing gesteund is op objectieve argumenten. Vloeit hij voort uit de parlementaire voorbereiding van de geciteerde wetsbepalingen ? Is hij de toepassing van een algemeen rechtsbeginsel ?
De kritieken geuit onder het eerste punt (punt a) zijn ook hier van toepassing.
d. Ten slotte -last but not least - merkt verzoeker op dat het cassatiearrest een ommekeer heeft teweeggebracht in de rechtspraak van het Hof van Cassatie, zonder dat deze ommekeer gemotiveerd werd.
Bij arrest van 22 mei 1975 had het Hof van Cassatie beslist:
"In geval van medeëigendom heeft elke medeëigenaar het vrij gebruik en genot van de gemeenschappelijke zaak onder de dubbele voorwaarde dat hij de bestemming ervan niet verandert en dat hij zijn medeëigenaars niet verhindert, haar eveneens overeenkomstig hun recht te gebruiken en het genot ervan te hebben; het in par. 5, 9 en 10 van artikel 577bis van het Burgerlijk Wetboek neergelegde beginsel is van toepassing op alle gevallen van medeëigendom, zowel de gewone medeëigendom als de gedwongen onverdeeldheid." (Cass., 22 mei 1975, Pas., 1975, I, 910, Arr.Cass., 1975, 1008).
Uit het arrest van 22 mei 1975 volgt overduidelijk dat de deelgenoot die van de gemeenschappelijk zaak gebruik maakt GEEN vergoeding aan de andere deelgenoten verschuldigd is wanneer hij deze andere deelgenoten NIET VERHINDERT om ook van de zaak gebruik te maken.
Volgens de rechtspraak van het arrest van 22 mei 1975 is een deelgenoot alleen dan een vergoeding aan de andere deelgenoot verschuldigd wanneer hij deze deelgenoot VERHINDERT van de zaak gebruik te maken overeenkomstig zijn recht.
In het cassatiearrest waarover verzoeker zich beklaagt wordt deze regel veranderd. Opeens volstaat het dat de vergoedingsplichtige deelgenoot het "goed heeft gebruikt en het exclusief genot ervan heeft gehad". Over "verhinderen" is geen sprake meer.
Het cassatiearrest voert dus een ommekeer in de rechtspraak door (revirement de jurisprudence). Daarvoor wordt geen verklaring gegeven. Dat levert in dit geval een schending op van artikel 6 § 1 van de Conventie.
Verzoeker verwijst naar het arrest in de zaak Atanasovski c. the former Yugoslav Republic of Macedonia, arrest van 14 januari 2010, § 38, waar het Hof stelde: "However, given the specific circumstances of the case, the Court considers that the well-established jurisprudence imposed a duty on the Supreme Court to make a more substantial statement of reasons justifying the departure. That court was called upon to provide the applicant with a more detailed explanation as to why his case had been decided contrary to the already existing case-law."
Verzoeker voert aan dat hij van deze oude rechtspraak had kunnen profiteren. Hij heeft zijn broer immers nooit verhinderd van de gemeenschappelijke zaak gebruik te maken.
4. Besluit
Het cassatiearrest is dus niet naar de eis van artikel 6 § 1 van de Conventie gemotiveerd. Verzoeker heeft dus voor het Hof van Cassatie geen eerlijk proces gehad.

Avelivloms schreef:Wat denk je joker ?



joker schreef:Hier wordt gemuggezift dat het geen naam heeft. Avelivloms heeft een overdreven neiging om te procederen.Cassatierechtspraak kan en mag veranderen.

Flipgirl schreef:Secundus kan natuurlijk ook altijd NU vragen dat zijn broer hem uitkoopt (en als die dat niet kan de boel gewoon openbaar verkopen en hopen dat de toekomstig eigenaar het wil verhuren aan Primus). En de rest - van 2005 tot nu - laten vallen, aangezien ze broers zijn.


joker schreef:Ook uit andere onderwerpen blijkt overduidelijk dat avelivloms een beroepsprocedeerder is.


joker schreef:Door nutteloze procedures helpt men niemand tenzij de advocaat.
Rechters zijn hier niet gebonden door precedenten.



Avelivloms schreef:Hoeveel weet jij van recht joker ?

Keer terug naar Politiek en actualiteit
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten