De mythe van het Russische gaswapen (Thijs Van de Graaf)

Opiniestukken over actuele onderwerpen en hete hangijzers.

Moderator: Redactie

De mythe van het Russische gaswapen (Thijs Van de Graaf)

Berichtdoor Redactie op wo 28 jan 2009, 12:52

Als de Europese Unie als één blok zou onderhandelen over de gastoevoer vanuit Rusland, dan zou Moskou niet zo gemakkelijk de kraan kunnen dichtdraaien, schrijft Thijs Van de Graaf. En dan zouden een aantal kleinere Europese landen nu niet de dupe zijn van een conflict tussen Rusland en Oekraïne.

De gasrel tussen Moskou en Kiev doet het debat over het zogenaamde Russische 'gaswapen' weer oplaaien. Het aardgasverbruik in de Europese Unie zal de komende jaren stijgen, onder meer wegens het 'Kyoto-vriendelijke' karakter ervan. Aangezien de eigen gaswinning stagneert, zal de Unie meer aardgas moeten importeren. Daarbij kan het niet om Rusland heen, het land met de grootste aardgasreserves in de wereld. Sommige commentatoren vrezen dat Rusland ooit de gaskraan volledig zou kunnen dichtdraaien en heel Europa in het donker en de kou zou kunnen zetten, zoals het nu met een aantal Europese en Balkanlanden heeft gedaan. Zo eenvoudig is het echter niet. In theorie kan Moskou zijn gasexporten niet zomaar hanteren als een instrument in de buitenlandse politiek, althans niet voor een volgehouden periode, en dit om minstens vier redenen.

Ten eerste heeft Rusland de buitenlandse deviezen heel hard nodig die het via de export van gas binnenhaalt. Meer dan de helft van de Russische begroting vloeit immers voort uit de verkoop van olie en gas aan het buitenland. Aangezien de Europese Unie veruit de belangrijkste klant is van Gazprom, is het goed beschermd tegen een gasembargo. De lage olieprijs en de economische crisis doen de Russische staatskas momenteel al voldoende pijn. Het Kremlin kan zich niet veroorloven daar bovenop nog eens zijn belangrijkste gasklant te verliezen.

Jammer genoeg onderhandelt de Unie niet als een blok met Gazprom, maar geven de grote lidstaten de voorkeur aan het afsluiten van bilaterale langetermijncontracten. Dat laat de kleinere lidstaten in Oost-Europa heel kwetsbaar achter. Die kleine landen zijn doorgaans sterker afhankelijk van gas uit Rusland (soms voor 100 procent van hun aardgasverbruik), maar genereren relatief gezien niet zoveel inkomsten voor Gazprom, precies omdat ze zo klein zijn. In bilaterale onderhandelingen is het voor Gazprom dan niet bijzonder moeilijk om deze asymmetrische afhankelijkheid uit te buiten. De creatie van een echte Europese gasmarkt, waar energietransportsystemen goed op elkaar zijn aangesloten, het principe van solidariteit onverkort geldt, en waar collectief gas uit Rusland kan worden aangekocht, zou de energieveiligheid van de kleine, oostelijke lidstaten in grote mate kunnen verbeteren.

Tegenover belangrijke transitlanden, zoals Oekraïne en Wit-Rusland, is het veel moeilijker voor Gazprom om een chantagepolitiek te voeren aangezien het daarmee zeer waarschijnlijk ook veel belangrijkere klanten treft die verderop aan de pijplijn liggen. Het is deze transitmacht die Oekraïne de voorbije dagen placht uit te spelen tegen zijn grote oostelijke buur. Rusland plant wel de aanleg van nieuwe gaspijpleidingen die Oekraïne en andere transitlanden zullen omzeilen. Maar zolang die er niet zijn, kan Oekraïne haar sleutelpositie als doorgeefluik voor Russisch gas verder verzilveren in de prijsonderhandelingen met Moskou. Dat dit een gevaarlijke strategie is, bewees de harde taal van Brussel deze week aan het adres van Kiev. Hoe meer het imago van Oekraïne als betrouwbaar transitland schade oploopt, hoe meer de steun binnen Europa voor alternatieve aanvoerroutes zoals Nord Stream zal groeien. Zowel Kiev als Moskou spelen dus hoog spel in dit gasconflict, want hun imago van betrouwbare partner voor Europa is in het gedrang.

Dat brengt ons bij een tweede argument waarom Gazprom niet zomaar de gasexporten als politiek drukmiddel kan gebruiken. Rusland heeft er alle belang bij zijn imago van betrouwbare energieleverancier te bestendigen, anders riskeert het op lange termijn marktaandeel te verliezen. Getroffen klanten zullen immers al het mogelijke doen om de afhankelijkheid van zo'n onbetrouwbare producent te verminderen. Dat is nota bene wat er met de Opec-landen is gebeurd na de eerste olieshock. De politieke onderbreking van de olieaanvoer destijds heeft ertoe geleid dat de vijftien 'oude' EU-lidstaten tot op heden nog steeds minder olie verbruiken dan in de jaren zeventig. Bovendien daalde het aandeel van Opec-landen in de olieaanvoer van ruim 80 procent in 1978 tot 40 procent vandaag.

Ten derde wordt aardgas, in tegenstelling tot olie, die vloeibaar is en via tankers kan worden verscheept, hoofdzakelijk via pijpleidingen getransporteerd. Door sterke afkoeling kan aardgas wel vloeibaar worden gemaakt, en vervolgens via LNG-tankers worden vervoerd, maar dit blijft een betrekkelijk dure procedure, die sowieso geen oplossing biedt voor landen die geen uitweg naar de zee hebben. In tegenstelling tot tankers doen pijpleidingen steeds dezelfde eindbestemming aan. Ze binden de exporteur voor een lange tijd vast aan de afnemer in een hecht bilateraal verband. Als één van de twee partijen een andere partner wil zoeken, dan zal het diep in de portemonnee moeten tasten, want de bouw van nieuwe pijpleidingen is zeer kostelijk. Rusland kan bijgevolg niet zomaar beslissen om al het gas bestemd voor de Europese exportmarkt plots naar China te versassen, omdat de pijpleidingen die daarvoor nodig zijn niet bestaan. Om dezelfde reden kan Europa niet van vandaag op morgen overschakelen op aardgas dat rechtstreeks uit Turkmenistan komt. Met andere woorden, op korte termijn zijn beide zijden wederzijds afhankelijk.

Ten slotte zijn er voor nagenoeg alle toepassingen van aardgas alternatieven beschikbaar, zowel op korte als op lange termijn. Dit alweer in tegenstelling tot aardolie waar het transport en niet de elektriciteitsproductie het grootste aandeel heeft in de vraag. Wat de transportsector betreft, en voor een stuk ook de chemische industrie, zijn er immers niet onmiddellijk substituten voor olie voorhanden. Dat verklaart waarom de sterke olieprijsstijgingen van de voorbije jaren zich nauwelijks hebben weerspiegeld in de vraag naar het verslavende goedje. Bij gas is dat anders. Als de gasprijs sterk de hoogte in gaat, dan kan men betrekkelijk snel overschakelen op alternatieven zoals steenkool, kernenergie en hernieuwbare energiebronnen, al zijn sommige daarvan wel controversieel.

Het gebruik van het 'gaswapen' is dus niet zo eenvoudig als soms wordt voorgesteld. Let wel, dit wil niet zeggen dat Rusland niet zal proberen om politieke belangen na te streven via zijn gasuitvoer. Integendeel, er zijn aanwijzingen genoeg dat het dit inderdaad probeert. Dit opiniestuk betoogt enkel dat zo'n politiek geïnspireerd embargo op lange termijn indruist tegen de vitale nationale economische belangen van Rusland.

Thijs Van de Graaf is verbonden aan de Onderzoeksgroep Global Governance van de UGent.
Redactie
PI Addict
PI Addict
 
Berichten: 747
Geregistreerd: wo 20 feb 2002, 02:00

Keer terug naar Opinie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten