Volgens de Europese richtlijnen moet de geluidshinder door verkeer tegen 2020 met 15% teruggedrongen zijn. In het kader van het actieplan wegverkeerslawaai wil de Vlaamse overheid in versneld tempo geluidsschermen plaatsen. “Om dat doel te bereiken, moet het financieringssysteem van geluidsschermen dringend herzien worden,” meent Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk de Kort.
Bij geluidsoverlast door verkeer regelt module 5 van het Mobiliteitsconvenant de uitwerking van maatregelen langs autosnelwegen. Bij intekening werkt het Vlaamse Gewest dan samen met de gemeenten. Het Gewest zorgt voor de bouw en het onderhoud van de lawaaiwerende schermen en co-financiert samen met de gemeente. De verdeling van de aanlegkosten gebeurt op basis van bepaalde geluidsnormen. Voor een geluidsniveau van minder dan 65 dB(A) zijn de kosten volledig voor de gemeente. Boven 80 dB(A) neemt de Vlaamse overheid alle kosten op zich. Tussen 65 en 80 dB(A) is er een procentuele bijdrage van de lokale besturen, variërend van 75 tot 25%, afhankelijk van de gemeten waarde.
Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie over geluidsoverlast voor residentiële gebieden, wordt 50 dB(A) aanbevolen als drempel voor matige hinder en 55 dB(A) voor ernstige hinder overdag en ’s avonds. “Volgens het Mobiliteitsconvenant van de Vlaamse overheid wordt lawaai van wegverkeer pas vanaf 65 dB(A) als hinderlijk beschouwd. Het wegverkeer over onze snelwegen is de laatste jaren sterk toegenomen. Toch blijft Vlaanderen deze strenge normen hanteren, hoewel in de praktijk geluidshinder door verkeer onder 65 dB(A) ook al als erg hinderlijk wordt ervaren. Gemeenten die in dat geval iets willen ondernemen, draaien op voor alle kosten van geluidsschermen”, legt Dirk de Kort uit. “Eenmaal boven 65dB(A) neemt de factuur voor de gemeenten procentueel af naargelang het geluidsniveau, maar het blijft vaak een zware financiële dobber. Het is bovendien bijzonder moeilijk om bij het onderschrijven van module 5 duidelijk zicht te krijgen op het totale kostenplaatje. Gemeenten komen dan ook vaak voor zeer onaangename budgettaire verrassingen te staan.”
Volgens de Kort verklaart dit grotendeels waarom nog maar weinig geluidsschermen zijn gezet in Vlaanderen (gemiddeld circa 6 km de voorbije jaren). In de Commissie Openbare Werken drong het Vlaams parlementslid aan op een herziening van het financieringssysteem voorzien in module 5. Minister Crevits sluit een evaluatie niet uit. Dit zal gebeuren nadat de geluidsactieplannen zijn uitgewerkt.
Dirk de Kort juicht de nieuwe planmatige aanpak van minister Crevits toe. Die moet gemeenten toelaten sneller zicht te krijgen op hun financieel aandeel in de bestrijding van geluidshinder en noodzakelijke en duidelijk afgebakende budgetten hiervoor.


Nieuws