Naarmate mensen ouder worden, worden ze ook afhankelijker. Meer en meer zijn ze aangewezen op de hulp van anderen: bij het huishouden, de verzorging, het beheer van de financiën, enzovoort. Deze afhankelijkheid maakt hen ook kwetsbaar voor allerlei vormen van ouderenmis(be)handeling.
Ouderenmis(be)handeling
In het vakjargon wordt gesproken over ouderenmis(be)handeling, en niet zozeer over ouderenmishandeling. In heel wat gevallen gebeurt de mishandeling immers zonder dat de pleger het goed en wel beseft. Denk maar aan de zoon of dochter die plots begint te zorgen voor de zieke moeder, maar niet over de juiste vaardigheden of kennis beschikt.
Om aan deze problematiek van ouderenmis(be)handeling het hoofd te bieden, werd een jaar geleden het Brussels Meldpunt Ouderenmis(be)handeling boven de doopvont gehouden. Dit Meldpunt is een gezamenlijk initiatief van de GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie), VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie) en de COCOF (Franstalige Gemeenschapscommissie).
Uiteenlopende vragen
De vragen die het Brussels Meldpunt Ouderenmis(be)handeling krijgt, zijn uiteenlopend. In sommige gevallen volstaat een luisterend oor, in andere gevallen wordt actief werk gemaakt van een oplossing. Doelgroep van het Meldpunt zijn in de eerste plaats uiteraard de senioren zelf, maar ook hun familieleden/vrienden, verplegend personeel, mantelzorgers, enzovoort. Het Brussels Meldpunt Ouderenmis(be)handeling ontvangt vooral meldingen over fysieke, psychische en financieel/materiële mis(be)handeling.
Taboe
Hoewel het Meldpunt al 132 dossiers opende, blijft er een taboe rusten op het onderwerp. De betrokken ouderen zijn immers niet snel geneigd om feiten van ouderenmis(be)handeling te melden. De redenen daarvoor zijn uiteenlopend: omdat de betrokken senior daar fysiek en mentaal niet toe in staat is, omwille van schaamte of vanwege loyaliteit ten opzichte van de pleger van de ouderenmis(be)handeling. Minister Brigitte Grouwels wil daar graag iets aan doen. “Het is zeer belangrijk dat dit gevoelig thema uit de taboesfeer wordt gehaald en bespreekbaar wordt gemaakt”, stelt ze.
Enkele cijfers op een rijtje
Sinds de start kwamen er bij de Nederlandstalige vleugel van het Brussels Meldpunt Ouderenmis(be)handeling al een heleboel oproepen binnen. Slechts een minderheid van die oproepen leidde tot de opening van een dossier. Enkele markante cijfers:
- * Zo'n 60 procent van de oproepen gaan over een situatie van mis(be)handeling binnen een residentiële voorziening (rust- en verzorgingstehuizen). In zo'n 25 procent van de oproepen betreft het een thuissituatie.
* Meer dan de helft (60 procent) van de oproepen gebeurt door een externe dienst/hulpverlener. De eigen familie is goed voor zo'n 15 procent van de oproepen.
* Overwegend vrouwen (75 procent) nemen contact op met het Meldpunt om een situatie te melden. Dit toont nogmaals aan dat vooral vrouwen zorgtaken van ouderen op zich nemen.
* In meer dan 80 procent van de gevallen zijn vrouwen slachtoffer. Een verklaring daarvoor is dat de oudere vrouwelijke generatie zich nog vaak zwak en weinig assertief opstelt. Ook demografisch gezien zijn vrouwen in de ouderenpopulatie in de meerderheid.
* De meeste oproepen gaan over ouderen tussen 70 en 80 jaar. Bij meldingen in thuissituaties zijn ze zelfs voorwerp van de helft van de oproepen. Bij meldingen in residentiële voorzieningen is dit 30 procent.
* De meeste oproepen (30 procent) zijn vragen naar informatie, gevolgd door oproepen (26 procent), waar het Meldpunt fungeert als luisterend oor en de oproeper nood heeft aan een gesprek.


Nieuws