Momenteel zijn er 18.000 vreemdelingen die een aanvraag tot regularisatie hebben lopen op basis van artikel 9, derde lid, van de vreemdelingenwet. Deze regularisatie van nieuwe dossiers duurt gemiddeld drie maanden en van oude dossiers bijna anderhalf jaar. Dat is het antwoord van minister van Binnenlandse Zaken Dewael op een vraag van Kamerlid Nahima Lanjri.
De aanvraag tot regularisatie gebeurt in het kader van de toepassing van artikel 9, derde lid, van de vreemdelingenwet van 15 december 1980. Het invoegen van dit lid in de wet was bedoeld om de procedure te vereenvoudigen die van toepassing was op vreemdelingen, die in de loop van hun kort verblijf in België, een arbeidskaart verkregen. Voordien waren zij immers verplicht zich naar een Belgische post in Duitsland of Frankrijk te begeven om de machtiging te krijgen om langer dan drie maanden op het grondgebied te verblijven. Het doel van deze bepaling was oorspronkelijk de verandering van verblijfsstatuut van een vreemdeling mogelijk te maken, zonder dat deze het grondgebied diende te verlaten.
Sinds 2001 gaat het om ruim 30.000 aanvragen. Wat de definitieve regularisaties betreft, waren er 112 in 2001, 171 in 2002, 372 in 2003 en 316 in de eerste helft van 2004. Het aantal tijdelijke regularisaties werd in het jaar 2001 vastgesteld op 266, in het jaar 2002 bedroeg het 592, in het jaar 2003 kwam het te liggen op 1.729 en in de eerste helft van dit jaar waren er al 1287. Verder werden er 2117 beslissingen tot weigering getroffen in het jaar 2001, in het jaar 2002 waren dit er 3379, in het jaar 2003 bedroeg dit 8387 en in de eerste helft van 2004 zijn er 7139. Op dit moment zijn er 18.000 dossiers die wachten op een behandeling.
De duur van de procedure hangt erg af van het moment van aanvraag, aangezien het LIFO-systeem (Last In First Out) wordt toegepast. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen oude en nieuwe dossiers. De beslissing voor nieuwe dossiers wordt geveld na gemiddeld een drietal maanden. Bij oude dossiers valt de beslissing na ongeveer anderhalf jaar.
Vreemdelingen die in België verblijven kunnen op elk moment een regularisatie van hun verblijfsstatuut aanvragen. Het gaat slechts om enkele categorieën die beroep kunnen doen op artikel 9, derde lid: studenten die een andere basis aan hun verblijfsvergunning willen geven; mensen die een arbeidskaart hebben gekregen; mensen die samenwonen in het kader van een duurzame relatie. Nahima Lanjri stelt vast dat deze criteria nog onvoldoende gekend zijn en leidt dat af uit het feit dat er veel asielzoekers een aanvraag tot regularisatie indienen op basis van dit artikel, terwijl dat eigenlijk niet mogelijk is.
In de praktijk gaat het vaak om uitgeprocedeerde asielzoekers die met een laatste wanhoopspoging toch nog proberen om een regularisatie te bekomen via deze weg. Dit is natuurlijk geen goede zaak aangezien dit artikel is bedoeld voor vreemdelingen en niet als beroepsmogelijkheid voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Dit zorgt ervoor dat de procedure nodeloos langer duurt.
Nahima Lanjri stelt voor om een soort van ontvankelijkheidsfase in te voeren, waarbij na één maand duidelijk wordt welke dossiers in aanmerking komen voor regularisatie. Op deze manier zullen de aanvragen van asielzoekers veel sneller worden afgewezen, waardoor dossiers van mensen die recht hebben op deze manier van regularisatie veel sneller een antwoord zullen krijgen.
Nahima Lanjri


Nieuws